Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Acetylsalicylzuur en de preventie van borstkanker

Door op 01-01-2005

Op grond van aanwijzingen uit de literatuur zijn er redenen om verder onderzoek te doen naar een eventuele beschermende werking van acetylsalicylzuur bij borstkanker. Eerder is acetylsalicylzuur al in verband gebracht met een zekere mate van bescherming tegen colorectaal carcinoom. Acetylsalicylzuur en overige NSAID’s remmen de activiteit van cyclooxygenase (COX) waardoor de productie van prostaglandine afneemt. Dit laatste stimuleert de genexpressie van aromatase, waardoor de activiteit van dit enzym toeneemt wat ertoe leidt dat de oestrogeenproductie stijgt en dat tumorcellen gaan prolifereren in aanwezigheid van een tumor met een positieve oestrogeenreceptor. Daarnaast zijn er progesteronreceptorpositieve tumoren en mengvormen en ook kan het voorkomen dat de tumor niet gevoelig is voor deze twee hormonen. Deze varianten worden weergegeven als: O+P-, O-P+, O+P+, O-P-. De meeste epidemiologische onderzoeken naar de relatie acetylsalicylzuur/NSAID en borstkanker kwamen tot een reductie van 20 tot wel 40%, maar niet is onderzocht of het beschermend effect van een NSAID beïnvloed wordt door de aanwezigheid van een tumor met een oestrogeenreceptor of een progesteronreceptor. Daartoe werd een groot case-con-trol-onderzoek op bevolkingsniveau verricht.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Diversen
Publicatie 1 januari 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 1 - Editie 1, 2005