Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Angiotensineantagonisten geven meer hartinfarcten

Door op 01-02-2005

In grootschalig klinisch onderzoek komen in de groepen die met een angiotensineantagonist worden behandeld vaak meer hartinfarcten voor dan in de controlegroepen. Zo gaf valsartan in het VALUEonderzoek (Valsartan Antihypertensive Long term Use Evaluation) 19% meer dodelijk en niet dodelijk verlopende hartinfarcten dan amlodipine. Amlodipine verlaagde de bloeddruk iets meer (1,8 mmHg systolisch en 1,5 mmHg diastolisch) dan valsartan. Dat zou de reden kunnen zijn dat in de amlodipinegroep minder CVA’s voorkomen. Volgens deskundigen is het echter onwaarschijnlijk dat deze bescheiden bloeddrukverlaging verantwoordelijk kan zijn voor zo’n groot verschil in het optreden van hartinfarcten. In het CHARM-Alternative-onderzoek (Effects of candesartan in patients with chronic heart failure and reduced left-ventricular systolic function intolerant to angiotensin-converting-enzy-me inhibitors) gaf behandeling met candesartan een 36% hogere incidentie van een hartinfarct in vergelijking met placebo ondanks een substantiële verlaging van de bloeddruk (4,4 mmHg systolisch en 3,9 mm diastolisch). Eenzelfde resultaat werd gevonden in het SCOPE-onderzoek (Study on Cognition and Prognosis in the Elderly). In dit onderzoek was de incidentie van een hartinfarct slechts 10% hoger en niet significant. In het LIFEonderzoek (Losartan Intervention For Endpoint reduction) verlaagde losartan de tensie meer dan atenolol, maar het gaf desondanks geen betere cardioprotectie en in het RENAAL-onderzoek (Reduction in Endpoints with the Angiotensin II Antagonist Losartan) gaf losartan wel nefroprotectie maar geen vermindering van de cardiovasculaire mortaliteit bij diabetespatiënten met nefropathie. Ook irbesartan gaf in vergelijking met amlodipine een grotere kans op hartinfarcten en CVA’s, eveneens bij patiënten met diabetische nefropathie. Het feit dat gebruik van angiotensineantagonisten geen invloed heeft op het optreden van hartinfarcten of zelfs tot een verhoogde incidentie leidt, staat in schril contrast met het effect van remmers van het angiotensineconverterend enzym (ACE-rem-mers). ACE-remmers geven heel consistent een verlaging van de incidentie van 20% bij patiënten met hypertensie, diabetes, nierfalen en atherosclerose. Het wordt tijd dat we de onverwachte effecten van de angiotensineantagonisten onder ogen zien en dat we de patiënten vertellen wat de mogelijke risi-co’s zijn. Totdat de uitkomsten van grootschalig onderzoek bekend zijn, is het naïef te veronderstellen dat angiotensineantagonisten dezelfde werking hebben als ACE-remmers, maar dan zonder de hoest als lastige bijwerking. In een recent onderzoek werd in een vergelijking van middelen uit deze twee klassen bij patiënten met diabetische nefropathie gevonden dat de angiotensineantagonisten ondanks hun nefroprotectieve werking geen invloed hadden op de mortaliteit.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 2 - Editie 2, 2005