Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Antipsychotica bij kinderen met autisme: zorgtekorten niet maskeren door symptoombestrijding met farmaca

Door op 01-08-2007

Autistische problemen worden nogal eens gecompliceerd door gedragsstoornissen, zoals woede-aanvallen, agressie en prikkelbaarheid. Dit treedt vaker op bij intellectuele retardatie en houdt verband met gebrekkige levensomstandigheden en slechte communicatie (wat toch al een kernprobleem is bij autisme. Ref.). Speciale opvoedingsprogramma’s, gedragstherapie en verandering van omgeving kunnen agressief gedrag verbeteren, maar als dat zo niet lukt moet men wel toepassing van geneesmiddelen overwegen. ‘Major tranquillizers’ worden wel toegepast ondanks onzekerheid over werkzaamheid en veiligheid. Er zijn twee dubbelblinde placebogecontroleerde onderzoeken gedaan met het atypische antipsychoticum risperidon bij autistische kinderen met gedragsproblemen. Het ene onderzoek omvatte 101 autisten, het andere 79 kinderen van een bredere categorie: ‘pervasive childhood development disorder’, van wie 55 autisten. In beide onderzoeken bleek risperidon een gunstige invloed te hebben op verschillende gedragsproblemen, waaronder agressie. Er waren nogal wat bijwerkingen zoals slaperigheid (67% risperidon; 23% placebo), extrapiramidale symptomen (29;10), gewichtstoename (5;0) en verhoogde prolactineconcentraties (43;2). Dit laatste daalt wel weer, maar niet tot normaal. De betekenis voor de botopbouw en seksuele ontwikkeling is onduidelijk. De fabrikant wilde prikkelbaarheid bij autisme opnemen als een goedgekeurde indicatie. Er waren echter zorgen over mogelijk misbruik als een vorm van chemische controle, in het bijzonder van de mentaal meest geretardeerde kinderen, die ook de meeste bijwerkingen zouden ervaren.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Kortweg
Publicatie 1 augustus 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 8 - Editie 8, 2007