Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Aspirine, een historisch overzicht met therapeutische toepassingen

Door op 30-06-2011

Acetylsalicylzuur, de werkzame stof in Aspirine®, is wereldwijd het meest gebruikte geneesmiddel. Papyrusrollen uit het jaar 1534 v. Chr. beschrijven de toepassing van ongeveer 700 medicinale en plantaardige middelen, waaronder het gebruik van Salix, beter bekend als de wilg, bij pijn. In 1758 werd de schors van de wilg door Edward Stone gebruikt als middel om koorts, spierpijn en hoofdpijn te bestrijden. In de jaren daarna werden chemische structuren als salicin (in 1828), salicylzuur (in 1838) en acetylsalicylzuur (in 1852) opgehelderd door wetenschappers als Joseph Buchner, Henri Leroux, Raffael Piria en Charles Gerhart. Het eerste klinische onderzoek met salicylaten is uitgevoerd door John Maclagan in 1876, waarbij salicin werd toegepast bij reumapatiënten. Vanaf 1859 werd de productie van acetylsalicylzuur professioneler aangepakt, wat uiteindelijk leidde tot de synthese van zuiver acetylsalicylzuur door Felix Hoffman in 1897 en de productie van de eerste Aspirine® in 1901. Op dit moment wordt wereldwijd jaarlijks ongeveer 40.000 ton acetylsalicylzuur geproduceerd.
In 1971 werd de Nobelprijs gewonnen door John Vane, Bengt Samuelsson en Sune Bergstrom voor de opheldering van het werkingsmechanisme van de antiflammatoire effecten van acetylsalicylzuur. Het vrijkomen van prostaglandines tijdens anafylaxie werd ontdekt en de remmende werking van nonsteroidale anti-inflammatoire drugs (NSAID’s) als acetylsalicylzuur op de prostaglandinesynthese werd beschreven. In 1976 werd het aangrijpingspunt van acetylsalicylzuur, cyclooxygenase (COX) of prostaglandine endoperoxidase synthase geïsoleerd door Hemler et al. Acetylsalicylzuur bleek remmer van het enzym COX-1. In de jaren ‘70 gingen wetenschappers ook op zoek naar het werkingsmechanisme van andere biologische effecten van acetylsalicylzuur. Zo werd ontdekt dat het antithrombotische effect veroorzaakt werd door remming van thromboxaan A2, een vasoconstrictor en stimulator van bloedplaatjesaggregatie. In 1991 werd door Dan Simmons et al. het COX-2-gen ontdekt. In tegenstelling tot COX-1, dat vooral prostaglandines produceert bij fysiologische processen, produceert COX-2 vooral prostaglandines bij pathofysiologische processen. Bekend werd dat de verschillende NSAID’s verschillende affiniteit voor COX-1 en COX-2 vertonen.
Sinds de opheldering van het werkingsmechanisme zijn vele klinische onderzoeken uitgevoerd naar de toepassing van acetylsalicylzuur bij de preventie van hersenbloedingen en andere cardio-vasculaire aandoeningen. De resultaten wijzen uit dat acetylsalicylzuur een gunstig effect heeft op de preventie van cardiovasculaire aandoeningen. Nog altijd wordt de toepassing van acetylsalicylzuur bij specifieke populaties onderzocht om de risicogroepen beter te kunnen opsporen. Doel van dit alles is om te kunnen bepalen wie het meeste baat heeft bij de behandeling met acetylsalicylzuur met het minste risico op bijwerkingen, wat de optimale dosis en toedieningvorm is, en of combinatie met andere NSAID’s toegevoegde waarde heeft. Daarbij blijft natuurlijk de zoektocht naar nieuwe toepassingen bestaan.

Belangenverstrengeling: de auteurs ontvingen sponsorgeld van de Europese Commissie.

Fuster V, Sweeny JM. Aspirin. A historical and contemporary therapeutic overview. Circulation 2011;123:768-78.

Acetylsalicylzuur is in Nederland op de markt als zodanig en als Alka-Selzer®, Aspegic®, Aspirine® en Aspro®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. B.E. Smink
Thema Aanbevolen Overzichten
Publicatie 30 juni 2011
Editie PiL - Jaargang 15 - editie 5 - Editie 5, 2011