Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Behandeling van diabetes mellitus type 2: exenatide wekelijkse versus twee keer daagse toediening

Door op 01-05-2009

Twee nieuwe klassen bloedglucoseverlagende middelen, gebaseerd op de potentiering van incretine-effecten, zijn inmiddels geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2, te weten: de dipeptidylpeptidase IV (DPP-4)-remmers en de incretine-mimetica. Exenatide is de eerste vertegenwoordiger van de incretine-mimetica, die is geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2. In vitro bindt exenatide zich aan de humane GLP-1-receptor en activeert deze. Exenatide verhoogt de secretie van insuline door -cellen op een glucoseafhankelijke basis en onderdrukt de glucagonafgifte. Tevens vermindert het de voedselinname en vertraagt de maaglediging. Lagere glucagonconcentraties leiden tot verminderde hepatische glucoseafgifte. De normale glucagonrespons en andere hormonale reacties op hypoglykemie worden niet verminderd. De huidige toedieningsvorm van exetanide dient twee keer daags subcutaan te worden toegediend. Hoewel GLP-1 voornamelijk postprandiaal vrijkomt, zijn er aanwijzingen dat het ook effect heeft op de basale glucoseregulatie, reden om een langwerkende farmaceutische vorm te ontwikkelen. Daarnaast is bekend dat de incidentie van de vervelende en frequent voorkomende bijwerking, namelijk misselijkheid, bij langwerkende incretine-mimetica lager is. Inmiddels is er een langwerkende toedieningsvorm van exenatide ontwikkeld, bestemd voor een wekelijkse subcutane injectie. In een eerder pilotonderzoek met dit preparaat gedurende 15 weken werden significante afnames in HbA1c-gehalte, nuchtere en postprandiale bloedglucosespiegels en lichaamsgewicht aangetoond.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 mei 2009
Editie PiL - Jaargang 13 - editie 5 - Editie 5, 2009