Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Behandeling van reumatoïde artritis: er is vooruitgang in de behandeling en de behandelstrategie is belangrijker dan het middel

Door op 01-10-2009

Naar aanleiding van een artikel over golimumab, de beoogde opvolger van infliximab, een anti-TNF middel voor reumatoïde artritis, vraagt Yazici1 zich in een redactioneel commentaar in de Lancet af of we nog wel behoefte hebben aan een nieuwe TNF-blokker voor reumatoïde artritis. Yazici belicht het huidige beleid bij de behandeling van reumatoïde artritis en de plaats daarin van monoclonale antistoffen (‘biologicals’). Men begint behandeling meestal met zogenoemde ‘disease modifying anti-rheumatic drugs’ (DMARDs) (te weten sulfasalazine, hydroxychloroquine en methotrexaat). Methotrexaat (MTX) is de gouden standaard geworden. Echter, 30-40% van de patiënten toont geen verbetering op behandeling met MTX en deze komen in beginsel in aanmerking voor behandeling met een anti-TNF geneesmiddel (etanercept, infliximab of adalimumab). De helft van de behandelde patiënten blijft echter klachten houden en kan als volgende behandelstap op een andere TNF-blokker worden overgezet of met rituximab (anti- CD20 antistof) of abatacept (CTLA4 fusie-eiwit) worden behandeld. Sommige patiënten reageren goed op behandeling met een andere TNF-blokker, anderen reageren op rituximab. Op de vraag of we daadwerkelijk nog meer TNF-blokkers nodig hebben is het enig juiste antwoord: indien zij bij alle patiënten met reumatoïde artritis zouden werken, zonder meer. Indien niet, dan worden het gebruiksgemak (bijvoorbeeld toediening éénmaal per maand in het geval van golimumab) en de bijwerkingen en veiligheid belangrijk.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 oktober 2009
Editie PiL - Jaargang 13 - editie 10 - Editie 10, 2009