Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Bisfosfonaten en fracturen van de femur

Door op 25-06-2010

Naar aanleiding van een persoonlijke ervaring van de Amerikaanse arts Jennifer Schneider wordt in een aantal casussen en reeksen casussen het optreden beschreven van 'atypische' subtrochantere en diafyseale fracturen van de femur bij langdurige gebruikers van bisfosfonaten. Een verhoogd risico van deze facturen is in een recent populatieonderzoek waargenomen bij gebruikers van alendronaat. Dit verhoogde risico werd echter niet toegeschreven aan alendronaat zelf, maar aan het hoge risico op fracturen van de gebruikers. Gerandomiseerd onderzoek naar een mogelijk verband tussen gebruik van bisfosfonaten en de genoemde femurfracturen was nog niet uitgevoerd. Daarom voerden Black en medewerkers een secundaire analyse uit van de waargenomen fracturen in drie grote gerandomiseerde en gecontroleerde onderzoeken met bisfosfonaten:
 FIT (Fracture Intervention Trial): 6459 vrouwen van minimaal 65 jaar en een botdichtheidscore <1,6 met gedurende drie tot vierenhalf jaar placebo of alendroninezuur (5 mg per dag gedurende twee jaar en daarna 10 mg).
 FLEX (FIT Long-term Extension Trial): vervolg op het FIT onderzoek, waarbij 1099 vrouwen met alendronaat in FIT opnieuw gerandomiseerd werden in een groep met 5 mg alendroninezuur (30% van vrouwen), 10 mg alendroninezuur (30% van vrouwen) of placebo (40% van vrouwen) gedurende minimaal vijf jaar.
 HORIZON-PFT (Health Outcomes and Reduced Incidence with Zolendroninc Acid Once Yearly Pivotal Fracture Trial): 7736 vrouwen met jaarlijks placebo of 5 mg zoledroninezuur intraveneus gedurende drie jaar.
De auteurs herbeoordeelden de waargenomen heup- en femurfracturen in deze onderzoeken aan de hand van de fractuurdocumentatie en eventuele foto´s. Men deelde de femurfracturen in op locatie (intertrochanter, intertrochanter/subtrochanter, subtrochanter of diafyseale femur en distale metafyse). In de drie onderzoeken kwamen in totaal 283 heup- of femurfracturen voor. Daarvan waren twaalf fracturen (bij tien vrouwen) subtrochantere of diafyseale femurfracturen (=2,3 per 10.000 patiëntjaren). In vergelijking met placebo was het relatieve risico op deze femurfracturen voor alendroninezuur 1,03 in FIT en 1,33 in FLEX en voor zoledroninezuur 1,50 in HORIZON-PFT. Wegens het geringe aantal relevante femurfracturen in de drie onderzoeken waren de 95% betrouwbaarheidsintervallen groot. Desondanks komen de auteurs tot de slotsom dat het risico op subtrochantere of diafyseale femurfracturen door bisfosfonaten - zelfs na tien jaar gebruik - erg laag is. Ze durven echter geen definitieve conclusies te trekken, aangezien het onderzoek onvoldoende power had.

Belangenverstrengeling: negen van de twaalf auteurs ontvingen sponsorgeld van de farmaceutische industrie. Dit onderzoek werd gefinancierd door Merck en Novartis.

Black DM, Kelly MP, Genant HK, et al. Bisphosphonates and fractures of the subtrochanteric or diaphyseal femur. N Engl J Med 2010;10.1056/NEJMoa1001086.

Alendroninezuur is in Nederland op de markt als zodanig en als Fosamax® en in combinatie met colecalciferol als Adrovance® en Fosavance®
Zoledroninezuur is in Nederland op de markt als Aclasta® en Zometa®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs M. Nelissen-Vrancken
Thema Bijwerkingen
Publicatie 25 juni 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 5 - Editie 5, 2010