Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Corticosteroïden en het risico om atriumfibrilleren te ontwikkelen

Door op 01-09-2006

Op basis van verschillende casuïstische mededelingen is het gebruik van hoge doseringen corticosteroïden (als stootkuur) geassocieerd met het ontwikkelen van atriumfibrilleren. Om die reden is door Van der Hooft et al. de hypothese getest of hoge doseringen corticosteroïden leiden tot een verhoogd risico op het ontwikkelen van atriumfibrilleren1. Deze studie werd uitgevoerd als onderdeel van de Rotterdamse studie, een prospectief populatie-gebaseerd cohortonderzoek naar het voorkomen en determinanten van ziekte en ongemak bij 7983 oudere personen. Gevallen van atriumfibrilleren die optraden tussen 1 juli 1991 en 1 januari 2000 werden in het onderzoek betrokken en nader geanalyseerd. De datum van diagnose werd gedefinieerd als de indexdatum. Alle andere deelnemers aan de Rotterdam-studie die op de indexdatum in de studie waren ingesloten dienden als controle. Vervolgens werden gevallen van atriumfibrilleren en controles uit de populatie geselecteerd die in de maand voorafgaand aan de indexdatum corticosteroïden gebruikten. Het corticosteroïdgebruik werd vervolgens gecategoriseerd in een groep die blootstond aan een hoge dosering corticosteroïd (oraal of parenteraal: dosering > 7,5 mg prednison equivalenten) of aan een lage-intermediaire dosering (< 7,5 mg prednison equivalenten of inhalatiesteroïden).

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Bijwerkingen
Publicatie 1 september 2006
Editie PiL - Jaargang 10 - editie 9 - Editie 9, 2006