Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

De effectiviteit van infliximab en/of azathioprine bij de ziekte van Crohn

Door op 17-12-2010

Bij onvoldoende verbetering na een behandeling met corticosteroïden, mesalazine of budesonide kan voor de behandeling van de ziekte van Crohn (aanvullend) gekozen worden voor azathioprine en/of monoclonale antilichamen, tegen TNF-a zoals infliximab. In een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek bij 508 volwassen patiënten uit 92 onderzoekscentra is de effectiviteit van een behandeling met infliximab (5 mg/kg i.v. in week 0, 2, 6, daarna iedere 8 weken plus orale placebo capsules) of azathioprine (2,5 mg/kg/dag p.o. plus een placebo infuus overeenkomstig het schema van de infusen met infliximab) en de combinatie van infliximab en azathiprine onderzocht. Na 30 weken behandeling kon gekozen worden voor beëindiging van de behandeling of voortzetting van de behandeling tot week 50. Aangezien effecten van azathioprine ongeveer acht tot twaalf weken na aanvang van de therapie verwacht worden, werd noodzakelijke behandeling met corticosteroïden tot week 14 voortgezet. Als primair eindpunt werd in week 26 de frequentie van corticosteroïd-vrije klinische remissies bepaald, gedefinieerd als klinische remissies in patiënten die de afgelopen drie weken (of langer) niet dagelijks budesonide p.o. en geen corticosteroïden i.v. ontvingen.
De frequentie van corticosteroïd-vrije klinische remissies in week 26 was groter in de groep met combinatietherapie met infliximab en azathioprine (56,8%) dan in de groep behandeld met infliximab of azathioprine alleen (resp. 44,4% en 30,0%). Vergelijkbare resultaten werden gevonden in week 50. Hoewel de grotere effectiviteit van combinatietherapie gedeeltelijk verklaard kan worden door immunosuppressie, is het waarschijnlijk dat ook andere effecten (zoals apoptosis) een rol spelen. Uit dit onderzoek blijkt echter niet in hoeverre combinatietherapie effectiever is dan monotherapie met infliximab bij patiënten die onvoldoende reageren op monotherapie met azathioprine.
In week 26 trad genezing van de mucosa vaker op in de groep met combinatietherapie (43,9%) dan in de groepen die werden behandeld met infliximab (30,1%; p=0,006) of azathioprine (16,5%; p<0,001). Ernstige infecties traden minder vaak op bij combinatietherapie (3,9%) dan bij monotherapie met infliximab (4,9%) of azathioprine (5,6%). De resultaten van andere onderzoeken wijzen er echter op dat de combinatie van azathioprine en anti-TNF-agentia het relatieve risico van ernstige infecties verhoogt. Gelijktijdig gebruik van corticosteroïden als derde immunosuppressivum zou de kans op ernstige infecties verder kunnen verhogen. Per patiënt zullen de risico’s dan ook afgewogen moeten worden.
Op grond van dit onderzoek concluderen de auteurs dat combinatietherapie van infliximab en azathioprine tot een langere corticosteroid-vrije klinische remissie leidt dan monotherapie met infliximab of azathioprine. Monotherapie met infliximab geeft weer betere resultaten dan azathioprine alleen.

Belangenverstrengeling: geen.

Colombell JF, Sandborn WJ, Reinisch W, Mantzaris CJ, Kornbluth A, Rachmilewitz D et al. Infliximab, azathioprine, or combination therapy for Crohn’s disease. N Engl J Med 2010; 362:1383-95.

Infliximab is in Nederland op de markt als Remicade®
Azathioprine is in Nederland op de markt als zodanig en als Imuran®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. B.E. Smink
Thema Farmacotherapie
Publicatie 17 december 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 10 - Editie 10, 2010