Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

De rol van farmacogenetica bij behandeling met anti-epileptica

Door op 01-08-2007

Anti-epileptica zijn slechts effectief bij zo’n 60% van de patiënten en een aanzienlijk percentage van de patiënten ondervindt bijwerkingen. Met behulp van regelmatige bepaling van de geneesmiddelconcentratie in het bloed kan de variabiliteit in de farmacokinetiek van anti-epileptica voor een deel worden ondervangen (en de therapietrouw bevorderd. Ref.). Veel anti-epileptica worden omgezet in de lever en polymorfismen in de genen, die coderen voor de betrokken enzymen, zouden een belangrijk deel van de inter-individuele verschillen in klaring kunnen verklaren. Ook voor de werkzaamheid van anti-epileptica zouden genetische factoren bepalend kunnen zijn. In het ideaal van geïndividualiseerde farmacotherapie zou een genenpaspoort kunnen worden gebruikt om de juiste dosis van het juiste geneesmiddel voor de juiste patiënt te kiezen. Of we voor wat betreft antiepileptica al enigszins in de buurt van deze benadering zijn gekomen beoogt dit artikel te bespreken.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacologie
Publicatie 1 augustus 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 8 - Editie 8, 2007