Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Depressie als bijwerking van somatische geneesmiddelen

Door op 18-06-2016
  • 00Inleiding
  • 01Geneesmiddelen met depressie als bijwerking
  • 02Beschouwing
  • 03Reacties (0)

Samenvatting

Bij gebruik van geneesmiddelen kunnen zeer uiteenlopende bijwerkingen optreden. Somatische geneesmiddelen kunnen psychiatrische bijwerkingen hebben, waaronder depressie. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het wetenschappelijke bewijs voor de mogelijkheid van verschillende groepen geneesmiddelen om een depressie te veroorzaken of verergeren (depressogeniteit). Op basis van de beschikbare wetenschappelijke onderzoeken lijken corticosteroïden, interferon-alfa, efavirenz, mefloquine, barbituraten, vigabatrine, topiramaat en flunarizine depressogeen te zijn. Van andere middelen die regelmatig met depressie worden geassocieerd, zoals bètablokkers, orale anticonceptiva en sommige pijnstillers, is bij nadere beschouwing het wetenschappelijke bewijs voor depressogeniteit twijfelachtig.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Simoons, M.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 18 juni 2016
Editie PiL - Jaargang 20 - editie 2 - Editie 2, 2016

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel:

  • kunt u somatische geneesmiddel(groep)en noemen die in verband zijn gebracht met een verhoogd optreden van depressieve klachten;
  • kent u een aantal somatische geneesmiddel(groep)en die waarschijnlijk niet met depressie geassocieerd zijn;
  • kent u een aantal aanwijzingen over hoe in de praktijk om te gaan met potentieel depressogene medicatie.