Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Diabetische retinopathie: nieuws over de behandeling

Door op 16-08-2010

Diabetische retinopathie (DR) is een oogheelkundige complicatie van diabetes mellitus. De kans op DR is groter naarmate de diabetes langer bestaat en/of slechter is ingesteld. In de Verenigde Staten is DR de belangrijkste oorzaak van blindheid bij volwassenen tussen de 20 en 75 jaar. De complicatie vindt plaats in het netvlies en kan zich voordoen in verschillende vormen, van gering tot ernstig. Het kan lang duren voordat een diabetespatiënt klinische afwijkingen van de retina ontwikkelt, maar na twintig jaar hebben vrijwel alle patiënten met diabetes mellitus type 1 of 2 een vorm van DR. De hyperglykemie veroorzaakt endotheelschade die leidt tot lekkage uit en occlusie van de retinale microcirculatie, met ischemie tot gevolg. Ten gevolge van de ischemie ontstaan ‘cotton-wool spots’. Deze nonproliferatieve DR kan de functie van de macula en daarmee het gezichtsvermogen aantasten. De ischemie brengt daarnaast de afgifte van bepaalde groeifactoren teweeg, waardoor nieuwvorming van vaten optreedt. Dit wordt proliferatieve DR genoemd. De nieuwe vaten groeien vanuit de retina het glasvocht in, met glasvochtbloedingen, vorming van littekenweefsel en netvliesloslating als mogelijk gevolg.
In elke fase van DR kan ook diabetische maculopathie voorkomen. Dit is de afwijking die het meest tot verlies van het gezichtsvermogen leidt. Omdat DR kan ontstaan zonder visusklachten is regelmatige oogheelkundige controle noodzakelijk. Bij minimale DR kan zowel de progressie van de DR als de visusvermindering vertraagd en voorkómen worden door behandeling van de hyperglykemie en andere risicofactoren zoals hypertensie en dyslipidemie.
Oogheelkundige behandeling van visusbedreigende retinopathie bestaat uit laser- of cryocoagulatie, eventueel in combinatie met glasvochtchirurgie (vitrectomie). Nieuwe behandelmogelijkheden betreffen de intravitreale toediening van corticosteroïden en remmers van ‘vascular endothelial growth factor’ (VEGF), waardoor de neovascularisatie afneemt. Van pegaptanib en bevacizumab is een gunstig effect aangetoond op de neovascularisatie en op diabetisch macula-oedeem. Twee andere VEGF-remmers, ranibizumab en aflibercept (ook bekend als VEGF Trap-Eye), bevinden zich nog in een experimenteel stadium voor behandeling van macula-oedeem. Van zowel de corticosteroïden als de VEGF-remmers is een langdurig gunstig effect echter niet altijd aangetoond en de bijwerkingen zijn soms ernstig.

Opmerking referent: DR is de belangrijkste oorzaak van blindheid onder volwassenen van ‘werkende leeftijd’ in alle geïndustrialiseerde landen. In Nederland past men met name bevacizumab en ranibizumab toe, omdat pegaptanib minder effectief lijkt te zijn. Bevacizumab is echter niet door de gezondheidsautoriteiten beoordeeld op veiligheid en werkzaamheid voor maculadegeneratie. Vergelijkend onderzoek is gaande en moet uitwijzen of dit middel gelijkwaardig is aan ranibizumab.

Belangenverstrengeling: geen.

Fante RJ, Durairaj VD, Oliver SCN. Diabetic retinopathy: an update on treatment. Am J Med 2010;123:213-6.

Pegaptanib is in Nederland op de markt als Macugen®
Bevacizumab is in Nederland op de markt als Avastin®
Ranibizumab is in Nederland op de markt als Lucentis®
VEGF Trap-Eye bevindt zich nog in het stadium van klinisch onderzoek

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs dr. L.E. Visser
Thema Farmacotherapie
Publicatie 16 augustus 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 6 - Editie 6, 2010