Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Diagnose en behandeling van veelvoorkomende voedselovergevoeligheid: een systematisch overzicht

Door op 16-08-2010

Er is een sterk toegenomen belangstelling voor voedselovergevoeligheid, maar er bestaat helaas geen consensus over de meest effectieve diagnostische benadering en behandeling ervan. Schneider Chafen et al. hebben daarom een systematisch onderzoek verricht naar het beschikbare bewijs ten aanzien van preventie, diagnose en behandeling van de meest voorkomende voedselallergieën. Hiertoe werden alle grote databanken tussen januari 1988 en september 2009 op voor dit doel bruikbare onderzoeken onderzocht. Voor de diagnostiek werden die onderzoeken geselecteerd die voldoende gegevens bevatten om de sensitiviteit en de specificiteit van de gebruikte diagnostische testen te kunnen vaststellen. Voor de andere doelstellingen werden systematische overzichten en gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken geanalyseerd. Twee onafhankelijke onderzoekers analyseerden alle onderzoeken. Van een totaal van 12.378 citaties werden 72 opgenomen in de analyse. De prevalentie van voedselallergie in de populatie is thans tussen de 2 en 10%. Bij de diagnostiek van voedselallergie maakt men gebruik van in vivo- en in vitro-testen die berusten op de interactie van epitopen op het voedselallergeen met celgebonden IgE. De testen die gebruikt worden, zijn de in vivo-huidpriktest, het specifiek serum IgE (in vitro), en de in vivo- voedselprovocatietest. Geen van deze testen bleek bij analyse superieur aan de ander bij het stellen van een juiste diagnose.
Voor de behandeling blijkt een eliminatiedieet nog steeds het meest effectief. Immunotherapie is in ontwikkeling en lijkt veelbelovend, maar de gegevens zijn nog te beperkt. Bij kinderen met een verhoogd risico op koemelkallergie beveelt men gebruik van gehydrolyseerde formuleringen van melk, hypoallergene formuleringen en borstvoeding in combinatie met probiotica aan. Hierbij is het probleem dat een goede definitie van zowel kinderen met een hoog risico op koemelkallergie als een duidelijke definitie van een goed gehydrolyseerde formulering ontbreken.
De auteurs komen tot de conclusie dat er veel meer uniformiteit zou moeten zijn in de criteria die aangelegd moeten worden om tot de diagnose te komen. Zo zou een duidelijker beeld ontstaan van de prevalentie en behandeling van veel voorkomende voedselallergieën. Deze criteria ontbreken helaas nog. Daarbij helpen de tot dusver ontwikkelde diagnostische testen maar in zeer beperkte mate.

Belangenverstrengeling: geen.

Schneider Chafen JJ, Newberry SJ, Riedl MA, Bravata DM, Maglione M, Suttorp MJ, Sundaram V et al. Diagnosing and managing common food allergies: a systemic review. JAMA 2010;303:1848-56.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. P.L.B. Bruijnzeel
Thema Diversen
Publicatie 16 augustus 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 6 - Editie 6, 2010