Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Een andere kijk op lipidenverlagende middelen

Door op 27-04-2011

Bij de keuze van lipidenverlagende middelen is de balans tussen effectiviteit en bijwerkingen belangrijker dan het uiteindelijke cholesterolgehalte dat bereikt wordt. De bestaande richtlijnen benadrukken voornamelijk het belang van lage cholesterolconcentraties om het risico op vaatziekten te verminderen, maar geven weinig advies over de te gebruiken medicatie. Dit heeft tot gevolg dat er in Amerika veel reclame wordt gemaakt voor geneesmiddelen zoals ezetimibe, waarvan het klinische effect niet wetenschappelijk bewezen is.
Hoe lager het cholesterolgehalte, hoe beter. Dat was het uitgangspunt van de Amerikaanse richtlijnen voor de behandeling van hypercholesterolemie in 1988. Door het verband tussen hypercholesterolemie en atherosclerose is ook bij de behandeling hiervan het cholesterolgehalte de belangrijkste parameter geworden. Hierbij gaat men ervan uit dat het risico op vaatziekten afneemt als het cholesterolgehalte lager is. Bij deze gedachtegang wordt geen rekening gehouden met bijwerkingen en het gebrek aan bewijs uit klinische onderzoeken. Men maakt wel gebruik van preventieve onderzoeken waarbij de resultaten worden geëxtrapoleerd. De conclusies die hieruit worden getrokken, zijn echter speculatief door verschillen in onderzoeksopzet. Indien de aandacht alleen is gericht op het cholesterolgehalte, gaat men voorbij aan het feit dat een laag cholesterolgehalte alleen (vooral LDL) geen invloed heeft op het risico op overlijden.
Indien de aandacht uitgaat naar de balans tussen effectiviteit en bijwerkingen, valt de keuze op statines. Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt de keuze van statines bij patiënten met een verhoogd risico op vaatziekten. Statines verlagen het risico op ernstige vaataandoeningen, revascularisatie en hersenbloeding, ongeacht het lipidengehalte. De veiligheid van statines is ook goed gedocumenteerd, hoewel voor mogelijke nadelige langetermijneffecten als kanker, spieraandoeningen en diabetes gewaakt moeten worden. De grootste effectiviteit wordt verwacht bij patiënten met het hoogste risico op cardiovasculaire aandoeningen bij gebruik van de meest potente of hoogst toelaatbare dosis statine. De keuze van de therapie wordt dan bepaald door de grootte van het risico. In tegenstelling tot statines is het bewijs voor effectiviteit van andere medicatie niet eenduidig. Bij het maken van een keuze voor lipidenverlagende therapie zou het wetenschappelijk bewijs voor effectiviteit, de mogelijke bijwerkingen en de voorkeur van de patiënt mee moeten wegen. Afgeraden wordt therapie met medicatie waarvan de veiligheid en effectiviteit nog niet is vastgesteld.

Belangenverstrengeling: geen.

Krumholz HM, Hayward RA. Shifting views on lipid lowering therapy. BMJ 2010;341:332-3.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. B.E. Smink
Thema Farmacotherapie
Publicatie 27 april 2011
Editie PiL - Jaargang 15 - editie 3 - Editie 3, 2011