Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Effect van medicamenteuze therapie op de progressie van retinopathie bij diabetes mellitus type II

Door op 17-12-2010

Diabetische retinopathie (DRP) is een belangrijke microvasculaire complicatie van diabetes en in de Verenigde Staten tevens één van de voornaamste oorzaken van blindheid. Uit eerder onderzoek is gebleken dat intensieve controle van de glucoseconcentratie en behandeling van verhoogde bloeddruk gunstig is voor het beloop van diabetische retinopathie. Ook wordt dyslipidemie in verband gebracht met een verhoogd risico op DRP.
‘Action to Control Cardiovascular Risk in Diabetes (ACCORD)’ was een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek naar het effect van specifieke strategieën voor strikte regeling van de bloedglucose- en plasmalipidenconcentraties en bloeddruk ter voorkoming van cardiovasculaire aandoeningen bij patiënten met diabetes mellitus type II en tevens (risicofactoren voor) cardiovasculaire aandoeningen. In een subgroep van dit onderzoek (het ACCORD eye-onderzoek) is gekeken naar het effect van deze strategieën op de progressie van diabetische retinopathie. Aan dit onderzoek namen 10.251 patiënten deel met diabetes mellitus type II en een hoog risico op cardiovasculaire aandoeningen. Patiënten kregen een intensieve (streefwaarde HbA1c <6,0%) of standaardbehandeling (streefwaarde HbA1c 7,0-7,9%) voor glykemie en daarnaast een behandeling ofwel voor dyslipidemie (eenmaal daags 160 mg fenofibraat of placebo in combinatie met simvastatine) ofwel voor behandeling van de systolische bloeddruk (streefwaarde <120 of <140mmhg). na vier jaar werd het effect van deze interventies beoordeeld binnen een subgroep 2856 patiënten aan de hand ‘early treatment diabetic retinopathy study severity scale’, noodzaak voor laserfotocoagulatie vitrectomie.
Ten opzichte van de standaardtherapie bleek intensieve glykemische behandeling het relatieve risico op progressie van DRP met 33% te doen verminderen (adjusted Odds Ratio [aOR]=0,67; 95%BI:0,51-0,87; p=0,003). Ook intensieve behandeling van dyslipidemie met fenofibraat liet een gunstig effect zien ten opzichte van de standaardbehandeling van simvastatine met placebo (aOR)=0,60; 95%BI:0,42-0,87; p=0,0006). Dit ging samen met een afname van de serumtriglyceridenconcentratie in het eerste behandeljaar met circa 0,2 mmol/l in de fenofibraatgroep ten opzichte van placebogroep, een verschil dat aanhield tot het einde van het onderzoek (vier jaar). In een eerder onderzoek waarbij fenofibraat werd gegeven aan patiënten met diabetes (het FIELD-onderzoek: ‘Fenofibrate Intervention and Event Lowering in Diabetes’) werd dit effect niet waargenomen. Mogelijk is er sprake van een interactie met simvastatine, hetgeen nader onderzocht zal moeten worden. Tot slot liet intensieve behandeling van de bloeddruk geen significant verschil zien ten opzichte van de standaardbehandeling (aOR=1,23; 95%BI:0,84-1.79; p=0,29). Een mogelijke verklaring was dat er tussen de patiënten in dit onderzoek weinig verschil in bloeddruk was en de duur van verlaging van de bloeddruk relatief kort was.
In de discussie noemen de auteurs de wijze waarop de retinopathie is vastgesteld (op basis van twee foto’s van de fundus gedurende de onderzoeksperiode van vier jaar) een tekortkoming van het onderzoek. Dit is tevens een nadeel van verschillende onderzoeken die al op dit gebied zijn gedaan; er zijn veel verschillende manieren om DRP vast te stellen, hetgeen leidt tot wisselende uitkomsten waardoor vergelijking van de resultaten van deze onderzoeken wordt bemoeilijkt. Desondanks wordt in het redactioneel commentaar het belang van dit onderzoek onderstreept, aangezien de incidentie van diabetes toeneemt en retinopathie samengaat of een vroege uiting is van systemische microvasculaire complicaties, zoals nierziekten, neuropathie en macrovasculaire complicaties. Meer onderzoek is nodig om de plaats van fenofibraat in de behandeling van diabetes mellitus en het voorkomen van de progressie van diabetische retinopathie te kunnen bepalen.

Belangenverstrengeling: het onderzoek is onder andere tot stand gekomen door het National Heart, Lung and Blood Institute en de National Institutes of Health, alsmede door het National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases, het National Eye Institute, het National Institute on Ageing en de Centers for Disease Control and Prevention. Een aantal onderzoekers van het ACCORD-onderzoek hebben fondsen gekregen van de farmaceutische industrie. Voor een compleet overzicht wordt verwezen naar het originele artikel.

The ACCORD study group and ACCORD eye study group. Effects of medical therapies on retinopathy progression in type 2 diabetes. NEJM 2010;363:233-44.
Klein BEK. Reduction in risk of progression of diabetic retinopathy. NEJM 2010;363:287-88.

Fenofibraat is in Nederland niet op de markt
Simvastatine is in Nederland op de markt als zodanig en als Zocor®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs L.A. ten Berg-Lammers
Thema Farmacotherapie
Publicatie 17 december 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 10 - Editie 10, 2010