Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Ethosuximide beter dan valproïnezuur en lamotrigine bij absences: nieuw niet altijd beter

Door op 17-12-2010

Er bestaat nog altijd onvoldoende kennis over de optimale keuze van medicatie bij de behandeling van epilepsie bij kinderen. Eén van de factoren die het behandelen van epileptisch aanvallen lastig maken is dat een aanvalsvrije periode niet per definitie een succesvolle therapie betekent. Een lage aanvalsfrequentie maakt dat voor de beoordeling van de werkzaamheid onder andere een lange periode van observatie noodzakelijk is. Het is niet zoals bij infecties, hypertensie of diabetes dat temperatuur of laboratoriumwaarden kunnen worden gemeten. Mede hierdoor is onderzoek naar effectiviteit van anti-epileptica moeilijk en kan het nooit in een korte tijdsperiode worden uitgevoerd. Glauser en collega’s deden een goede poging en verrichtten een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit en het bijwerkingenprofiel van ethosuximide, valproïnezuur en lamotrigine bij kinderen die niet eerder voor absences behandeld werden. De keuze voor deze drie middelen werd gemaakt omdat dit de meest gebruikte geneesmiddelen zijn bij deze indicatie. Absences zijn een veelvoorkomende vorm van epilepsie bij kinderen waarvoor tot nu toe geen effectiviteit van een anti-epilepticum is aangetoond. In totaal 453 kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 13 jaar werden gerandomiseerd voor behandeling met een van de genoemde middelen. De primaire uitkomst was aanvalsvrijheid en daarnaast werd gekeken naar onder andere het optreden van gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen.
Na 16 weken waren de resultaten voor alle drie de middelen redelijk tot goed. Ethosuximide en valproïnezuur scoorden significant beter voor wat betreft aanvalsvrijheid dan lamotrigine (circa 60% versus 40%). Voor wat betreft het effect op concentratievermogen scoorde valproïnezuur significant slechter dan ethosuximide en lamotrigine. De onderzoekers concludeerden dan ook dat ethosuximide het beste scoorde niet alleen betreffende de aanvalscontrole maar ook op het concentratievermogen.
Het redactionele commentaar bij dit onderzoek is erg positief, maar plaatst ook een aantal kanttekeningen. Ten eerste is het lastig om onderscheid te maken tussen de klassieke kinderabsences zonder gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen en dezelfde vorm met aanvallen. Slechts acht kinderen vertoonden tijdens het onderzoek tonisch-clonische aanvallen; deze traden op bij alle drie de behandelingen. Ten tweede is de duur nog steeds beperkt. Een goed gerandomiseerd dubbelblind onderzoek is moeilijk wanneer meer dan dertig instellingen daarbij zijn betrokken. Ook de ouders spelen een niet onbelangrijke rol in dit onderzoek wanneer het gaat om het geven van de juiste ondersteunende zorg, die moeilijk meetbaar is. Ten slotte vindt men het opvallend dat toch nog bij een behoorlijk percentage (40-70%) van de kinderen aanvallen bleven optreden tijdens behandeling met deze middelen.
Het onderzoek van Glauser et al. laat zien dat nieuwer niet altijd beter is (overigens meestal wel duurder). Ethosuximide, een middel uit de vijftiger jaren, scoort beter dan de nieuwere middelen en lijkt dus een goede eerste keus bij absences bij kinderen.
Belangenverstrengeling: de medicatie voor dit onderzoek werd gratis verstrekt door Pfizer, Abbott Laboratories en GlaxoSmithKline. Verschillende auteurs ontvingen financiële vergoedingen voor het geven van lezingen of het doen van onderzoek van verschillende bedrijven. Hieronder was een auteur die onderzoekssteun ontving van Abbott Laboratories.

Vining EPN. Ethosuximide in childhood absence epilepsy - Older and better. Engl J Med 2010; 362: 843-845.
Glauser TA, Cnaan A, Shinnar S, et al. Ethosuximide, valproic acid, and lamotrigine in childhood absence epilepsy. N Engl J Med 2010;362:790-799.

Ethosuximide is in Nederland op de markt als Ethymal®
Lamotrigine is in Nederland op de markt als zodanig en als Lamictal®
Valproïnezuur is in Nederland op de markt als zodanig en als Depakine®, Orfiril® en Propymal®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. K.B. Gombert-Handoko
Thema Farmacotherapie
Publicatie 17 december 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 10 - Editie 10, 2010