Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Fluticason propionaat als neusspray is effectiever dan montelukast voor de behandeling van allergische rhinitis. Geen van beide beïnvloeden ze echter de astmasymptomatologie

Door op 01-02-2006

Astma en allergische rhinitis zijn ziekten die veelvuldig bij dezelfde patiënt voorkomen. Nathan et al. beschrijven een onderzoek waarin het effect van rhinitis therapie op de astmasymptomatologie onderzocht is bij volwassen patiënten met astma en seizoensgebonden allergische rhinitis. In een placebogecontroleerd geblindeerd gerandomiseerd onderzoek werden 863 patiënten (waarvan 58 uitvielen) met een gemiddelde FEV1 van 81% van de voorspelde normale waarde behandeld met fluticason propionaat/ salmeterol (FSC) 100/50 g tweemaal daags gedurende 4 weken met daaraan toegevoegd ofwel een neusspray van fluticason propionaat (FPANS) 200 g/dag ofwel montelukast (10 mg/dag) ofwel placebo. Het klinisch effect werd vastgelegd door de patiënt zelf de dagelijkse peakflowmetingen (PEF) en astma- en rhinitissymptomen te laten bijhouden in dagboekjes. De uitkomsten van het onderzoek toonden aan dat de rhinitissymptomen (congestie, loopneus, niezen en jeuk) in de behandelde groepen significant afnamen ten opzichte van placebo. Het effect van FPANS was gedurende deze behandelperiode significant beter dan die van montelukast. De astmasymptomen namen eveneens significant af. Dit vond echter in gelijke mate plaats in alle groepen; dus ook in de placebogroep. Er werd door het gebruik van FSC geen invloed op de cortisol excretie in de urine vastgesteld.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2006
Editie PiL - Jaargang 10 - editie 2 - Editie 2, 2006