Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Gebruik van ovulatiestimulerende middelen en de kans op eierstokkanker

Door op 01-02-2010

Jensen en medewerkers onderzochten het effect van ovulatie-inducerende geneesmiddelen op de kans op eierstokkanker in een Deens populatiecohortonderzoek. Het cohort bestond uit in totaal 54.362 vrouwen die tussen 1963 en 1998 verwezen waren naar de Deense vruchtbaarheidsklinieken of met de diagnose onvruchtbaarheid in het nationale patiëntenregistratiesysteem waren opgenomen. Aan de hand van de Deense kankerregistratie en het Deens pathologisch register werd vastgesteld of de vrouwen eierstokkanker kregen. In totaal 193 vrouwen ontwikkelden invasieve eierstokkanker. De medische gegevens waren van 156 vrouwen beschikbaar. Deze werden in een case-control cohortonderzoek vergeleken met een willekeurig geselecteerd subcohort (n=1241).
49 procent van de vrouwen met eierstokkanker en 50% van de subcohortvrouwen bleek ovulatie-inducerende medicatie te hebben gebruikt. Clomifeen was het meest gebruikt (bij vrouwen met eierstokkanker 37%, bij vrouwen uit subcohort 33%), gevolgd door humane choriongonadotrofinen (HCG; resp. 31 en 33%), gonadotrofine (resp. 17 en 15%) en gonadotrofine releasing hormone (GnRH; resp. 10 en 9%).
De kans op eierstokkanker was het grootst bij vrouwen zonder zwangerschap. Hoe hoger het aantal zwangerschappen, hoe kleiner de kans op eierstokkanker. Het gebruik van orale anticonceptiva en de oorzaak van de onvruchtbaarheid hadden hierop geen invloed. Ook het gebruik van ovulatie-inducerende geneesmiddelen (inclusief combinaties) had geen invloed op het totale risico op eierstokkanker (risicoratio: alle medicatie 1,03, clomifeen 0,83, HCG 0,89 en GnRH 0,80). Dit werd niet beïnvloed door het aantal zwangerschappen, aantal cycli van gebruik van ovulatie-inducerende medicatie en duur van de vervolgperiode.
Gebruik van clomifeen heeft geen invloed op de kans op eierstokkanker in het algemeen. Wel was er een significante verhoging van de kans op ernstige vormen (en dus niet op de andere vormen) van eierstokkanker (risicoratio 1,67), onafhankelijk van aantal cycli en aantal zwangerschappen. De kans op andere vormen van eierstokkanker was significant verlaagd bij HCG (risicoratio 0,24).
De auteurs concluderen dat zij geen overtuigend verband hebben gevonden tussen het gebruik van ovulatie-inducerende geneesmiddelen en het totale risico op eierstokkanker. Zij zullen echter de kans op eierstokkanker blijven volgen, aangezien een belangrijk deel van de vrouwen in het cohort nog niet de normale piekleeftijd voor eierstokkanker heeft bereikt.

Belangenverstrengeling:
1. De auteurs hebben geen financiële banden met farmaceutische bedrijven vermeld. Het onderzoek werd gefinancierd door de Danish Cancer Society.
2. Auteur heeft geen financiële banden met farmaceutische bedrijven aangegeven.

1. Jensen A, Sharif H, Frederiksen K, Krüger S. Use of fertility drugs and risk of ovarian cancer: Danish population based cohort study. BMJ 2009;338:b249 doi:10.1136/bmj.b249.
2. Webb PM. Fertility drugs and ovarian cancer. Current evidence shows no increased risk. BMJ 2009:338:a3075 doi:10.1136/bmj.a3075.

�� Clomifeen is in Nederland als zodanig en als Clomid® en Serophene® op de markt
�� Choriongonadotrofine-alfa is in Nederland als Ovitrelle® op de markt
�� Follitropine-alfa is in Nederland als Gonal-F® op de markt
�� Follitropine-beta is in Nederland als Puregon® op de markt
�� Humaan choriongonadotrofine (HCG) is in Nederland als Pregnyl® op de markt
�� Humaan menopauzaal gonadotrofine (HMG) is in Nederland als Menopur® op de markt
�� Triptoreline is in Nederland als Decapeptyl®, Salvacyl® en Pamorelin® op de markt

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs M. Nelissen-Vrancken
Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 1 - Editie 1, 2010