Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Geslachtsgebonden verschillen in farmacokinetiek en farmacodynamiek

Door op 01-02-2010

Omdat vrouwen jarenlang ondervertegenwoordigd zijn geweest in klinisch geneesmiddelenonderzoek, is er een lacune in de kennis van geslachtsgebonden verschillen in geneesmiddelenrespons. In dit overzicht wordt de zich ontwikkelende kennis rond farmacokinetische en farmacodynamische geslachtsgebonden verschillen in kaart gebracht.
De FDA heeft geconcludeerd dat vrouwen vaker bijwerkingen melden. Mogelijke oorzaken daarvan zijn dat geslachtsgebonden verschillen in farmacokinetiek ervoor zorgen dat vrouwen vaker overgedoseerd worden, of dat farmacodynamische verschillen zorgen voor een verhoogde gevoeligheid. Als derde mogelijke oorzaak wordt genoemd dat vrouwen meer geneesmiddelen gebruiken, en daarmee meer kans hebben op geneesmiddelinteracties.
De farmacokinetische parameters absorptie, verdeling, metabolisme en eliminatie bepalen in hoge mate de hoeveelheid medicatie die in plasma of urine terug te vinden is. Vrouwen produceren minder maagzuur, en bij hen verloopt de maaglediging trager. Als gevolg daarvan kunnen de biologische beschikbaarheid en de piekconcentratie voor vrouwen afwijken van die van mannen. Daarnaast kunnen verschillen in expressie van transporteiwitten zoals het P-glycoproteïne zorgen voor geslachtsgebonden verschillen in plasmaconcentratie. De verdeling van een geneesmiddel wordt onder andere bepaald door persoonsgebonden factoren, zoals doorbloeding, vetverdeling en eiwitbinding. Over het algemeen zijn mannen langer en zwaarder, en hebben zij een groter bloedvolume en een grotere spiermassa. Vrouwen hebben naar verhouding meer vetweefsel. Dit kan consequenties hebben voor de plasmaconcentratie en werkingsduur van wateroplosbare en lipofiele geneesmiddelen. Geneesmiddelen worden uit het bloed verwijderd door omzetting in de lever en door uitscheiding door de nier. Het cytochroom P450 enzymsysteem speelt kwantitatief een belangrijke rol bij het metabolisme van geneesmiddelen. Bij een aantal iso-enzymen (CYP1A2, CYP2D6 en CYP3A4) werd een geslachtsgebonden verschil in activiteit waargenomen. Bij de drie belangrijkste renale functies – glomerulaire filtratie, tubulaire secretie, en tubulaire reabsorptie – zijn geslachtsgebonden verschillen beschreven. Normaal gesproken verloopt de uitscheiding via de nieren bij mannen sneller, omdat de glomerulaire filtratiesnelheid bij hen hoger is dan bij vrouwen. Veranderingen in hormoonconcentraties tijdens de menstruatiecyclus, zwangerschap, menopauze, en door gebruik van orale anticonceptiva kunnen daarnaast ook leiden tot verschillen in farmacokinetiek. Bij geslachtsgebonden verschillen in farmacodynamiek gaat het erom of er verschillen zijn in de relatie tussen geneesmiddelenconcentratie en farmacologisch effect. In dit overzicht worden alleen farmacodynamische verschillen in respons op cardiovasculaire geneesmiddelen beschreven.
De conclusie luidt dat er farmacokinetische en farmacodynamische verschillen zijn tussen mannen en vrouwen, maar dat een deel van de verschillen in plasmaconcentratie verklaard kan worden door het verschil in lichaamsgewicht. De meeste resultaten zijn verkregen door middel van post hoc-analyses, waardoor geen verregaande conclusies kunnen worden getrokken.

Opmerking referent: De geslachtsgebonden verschillen in farmacodynamiek zijn onderbelicht, waarschijnlijk door gebrek aan goede onderzoeken waarin de farmacokinetiek is gestandaardiseerd, en wegens het feit dat farmacodynamische effecten moeilijker te kwantificeren zijn.

Belangenverstrengeling: geen.

�� Soldin OP, Mattison DR. Sex differences in pharmacokinetics and pharmacodynamics. Clin Pharmacokinet 2009;48:143-157.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs dr. L.E. Visser
Thema Farmacologie
Publicatie 1 februari 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 1 - Editie 1, 2010