Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Gezondheidsrisico’s van kruidengeneesmiddelen; recente gegevens

Door op 01-01-2005

Eigenlijk is het hoog tijd dat er zo iets komt als een Farmacotherapeutisch Kompas, maar dan voor kruidengeneesmiddelen. Zo’n boek zou dan onder handbereik moeten zijn van elke voorschrijver of afleveraar. Het artikel van De Smet zou zo in dat boek kunnen passen. Uiteraard dienen voorschrijvers en afleveraars voortdurend in het achterhoofd te hebben dat mensen kruidengeneesmiddelen kopen en gebruiken en dat daar expliciet naar gevraagd moet worden als je een beeld wilt krijgen van wat patiënten gebruiken. Al in 1997 werd naar aanleiding van een onderzoek in de Verenigde Staten geschat dat 12,1% van de volwassen bevolking in de voorafgaande 12 maanden kruidengeneesmiddelen had gebruikt tegen 2,5% in 1990. In het artikel komen uitgebreid de bijwerkingen van de top 20 van de kruidengeneesmiddelen aan de orde, voorzover deze bekend zijn uit klinisch onderzoek en/of gevalsbeschrijvingen. In een overzichtelijke en uitgebreide tabel staan de belangrijkste bijwerkingen vermeld van onder andere knoflook, ginkgo, valeriaan, ginseng, sint-janskruid en teunisbloem. Deze middelen zijn ook bij ons bekend. Ze zijn gemakkelijk te verkrijgen via Internet en allerlei handelskanalen en de kwaliteit is slecht controleerbaar omdat kruidengeneesmiddelen zich onttrekken aan de regelgeving met betrekking tot de geneesmiddelen. De meeste kruidenmiddelen zijn als voedingssupplement in de handel. Bekend is dat er grote verschillen zijn in hoeveelheid actieve stof tussen verschillende merken en toedieningsvormen en zelfs tussen verschillende batches. Voorts bevatten kruidengeneesmiddelen niet zelden verontreinigingen en bijmengingen, zoals toxische plantenbestanddelen, pathogene micro-organismen of toxinen daarvan, pesticiden etc. Ook het opzettelijk of per ongeluk aanwezig zijn van zware metalen zoals lood, arseen en kwik is een probleem. Verder komt toevoeging van conventionele geneesmiddelen voor wat zich voordoet bij wel een kwart van de onderzochte monsters in het artikel. Dan zijn er de eigenschappen van de gebruiker die een rol kunnen spelen bij de toxiciteit van kruidengeneesmiddelen zoals leeftijd, zwangerschap en lactatie, operatieve ingrepen, blootstellingen aan UVlicht, bedienen van machines of autorijden en gelijktijdig gebruik van conventionele middelen. Voorts moet men rekening houden met farmacogenetica, zoals rasverschillen. Ten slotte gaat de auteur in op maatregelen ter verbetering van de controle op kruidengeneesmiddelen. Een komende maatregel op Europees niveau zal bijvoorbeeld bijdragen aan de kwaliteit en veiligheid van de traditionele kruidengeneesmiddelen en zo is er meer: alert zijn op bijwerkingen en interacties en die melden, meer klinisch onderzoek doen en het opwekken van een warme belangstelling voor deze materie van klinisch farmacologen.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Aanbevolen Overzichten
Publicatie 1 januari 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 1 - Editie 1, 2005