Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Goede informatie? Wetenschappelijk onderzoek, bijsluiters, voorschrijven en het gebruik van geneesmiddelen

Door op 24-01-2011

Veel geneesmiddelen geven bijwerkingen omdat ze onjuist worden gebruikt. Het komt regelmatig voor dat er ook onvoldoende gegevens zijn over het effect van een geneesmiddel bij een specifieke populatie (ouderen, vrouwen, patiënten met comedicatie of comorbiditeit). Artsen moeten dan toch beslissen over het wel of niet voorschrijven van een middel, terwijl over de voor- en nadelen bij deze groep patiënten onvoldoende informatie beschikbaar is.
Rochon et al. bespreken een onderzoek over het gebruik van antipsychotica door ouderen. Wat is de stand van de wetenschap en hoe effectief zijn waarschuwingen van de overheid in Canada en de Verenigde Staten? Antipsychotica worden in de Verenigde Staten veel gebruikt voor gedragsproblemen bij dementie. Volgens de auteurs is er geen bewijs dat de voordelen van antipsychotica voor deze patiënten groter zijn dan de nadelen. De meeste onderzoeken naar deze toepassing duren echter te kort om de bijwerkingen goed in beeld te brengen. Wel blijkt dat antipsychotica bij ouderen de kans op overlijden juist vergroten (zie Schneider et al.). Daarnaast laat het wijdverbreide ‘off-label’ voorschrijven van antipsychotica bij ouderen met gedragsproblemen en dementie in de Verenigde Staten en Canada zien hoe moeilijk het is om de juiste informatie op de juiste plek te krijgen. Ondanks verschillende waarschuwingen van zowel de FDA als de autoriteiten in Canada is het gebruik van antipsychotica bij ouderen heel hoog gebleven. Zij stellen dat de farmaceutische industrie hier mogelijk een rol in speelt. In 2009 kreeg een farmaceutisch bedrijf in de VS een boete van $1,4 miljard voor het maken van reclame voor off label voorschrijven van antipsychotica. Een analyse van de voorschrijfgegevens toont aan hoe weinig effectief de waarschuwingen van de overheid waren. Het lijkt er zelfs op dat de waarschuwingen voor atypische antipsychotica bij ouderen hooguit gezorgd hebben voor een verschuiving naar het gebruik van oudere antipsychotica. De auteurs concluderen dat alleen waarschuwingen over bijwerkingen die heel specifiek zijn ('dit medicijn niet gebruiken bij autorijden of in combinatie met alcohol', in plaats van 'kan problemen geven met …') effect hebben. Bovendien moet zo mogelijk een alternatief beleid worden genoemd.
Het artikel van Rochon et al. noemt enkele belangrijke knelpunten rond verspreiding en toepassing van kennis over medicijnen. Voor meer medicatieveiligheid bij ouderen moeten de overheid, artsen, onderzoekers en de farmaceutische industrie beter samenwerken om de juiste informatie boven tafel én bij de voorschrijvers te krijgen.
In hetzelfde nummer van Archives of Internal Medicine besteedde men aandacht aan een ander belangrijk knelpunt van goed medicijngebruik door patiënten: de gebruiksinstructies. Een groot deel van de patiënten kan een gewone bijsluiter niet goed begrijpen. Als er ook nog meerdere instructies bij een geneesmiddel worden gegeven, is de kans groot dat slechts een deel begrepen (en opgevolgd) wordt. Wolf et al. onderzochten het effect van helder en op de patiënt gericht taalgebruik en het gebruik van pictogrammen in een 3-armig onderzoek (standaardtekst, heldere taal en heldere taal plus pictogrammen).
De juiste interpretatie van de instructies wisselden tussen standaardtekst, heldere taal en heldere taal plus pictogrammen (respectievelijk 80,3%, 90,6% en 92,1%; p< 0,001). Het verschil tussen heldere taal en heldere taal plus pictogrammen was niet significant voor de hele groep, echter wel voor mensen met beperkte leesvaardigheden. Dit effect was groter bij mensen die minder opleiding hadden en slechter konden lezen. De auteurs concluderen dat er behoefte is aan helder taalgebruik en pictogrammen die vanuit de patiënt ontwikkeld zijn. Er is daarom onderzoek nodig naar optimale etikettering; ook zouden er standaarden moeten worden ontwikkeld.

Opmerking referent: in Nederland gebruikten in 2008 ongeveer 20.000 mannen en 35.000 vrouwen boven de 75 jaar een antipsychoticum (ATC=N05A). Hiervan was het grootste deel haloperidol (65%). Ruim 10% betrof risperidon. De groep die clozapine, olanzapine of quetiapine (ATC=N05AH) gebruikte, vormde 13% van deze gebruikers (extramurale gegevens, ontleend aan de GIP-databank).

Belangenverstrengeling: niet vermeld.

Rochon PA, Anderson GM. Prescribing Optimal Drug Therapy for Older People: Sending the Right Message. Arch Intern Med 2010;170:103-106.
Schneider LS, Tariot PN, Dagerman KS, Davis SM et al. for the CATIE-AD Study Group. Effectiveness of Atypical Antipsychotic Drugs in Patients with Alzheimer's Disease. NEJM 2006;355(15):1525-1538.
Wolf M, Davis TC, Bass PF, Curtis LM et al. Improving Prescription Drug Warnings to Promote Patient Comprehension. Arch Intern Med 2010;170:50-56.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. M.E.C. van Eijk
Thema Redactioneel
Publicatie 24 januari 2011
Editie PiL - Jaargang 15 - editie 1 - Editie 1, 2011