Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Heeft preventieve toepassing van percutane coronaire interventie een toegevoegde waarde bij stabiele coronaire ziekten?

Door op 01-08-2007

In Noord-Amerika wordt een percutane coronaire interventie (PCI) veelvuldig toegepast naast een intensieve medische behandeling bij patiënten met stabiele coronaire ziekten, dit ondanks dat de effecten op lange termijn bij deze patiënten onbekend zijn. Daarom onderzochten Boden en al. de additionele preventieve effecten van PCI bij 2287 patiënten met stabiele coronaire ziekten die optimaal medisch behandeld werden. Tussen 1999 en 2004 werden de patiënten gerandomiseerd verdeeld over twee behandelgroepen: patiënten in de PCI-groep (n = 1149) kregen een PCI naast een optimale medische behandeling, patiënten in de controlegroep (n = 1138) kregen alleen een optimale medische behandeling. De gebruikte stents waren bare-metal stents en drugeluting stents (alleen laatste zes maanden van studie beschikbaar). De follow-up periode bedroeg 2,5 tot 7 jaar (mediaan 4,6 jaar). De optimale medische behandeling bestond uit langwerkend metoprolol, amlodipine en isosorbidemononitraat (afzonderlijk of in combinatie) samen met lisinopril of losartan, antitrombotische medicatie (acetylsalicylzuur 81-325 mg/dag of bij overgevoeligheid hiervoor clopidogrel 75 mg/dag) en een intensieve cholesterolverlagende therapie (simvastatine alleen of in combinatie met ezetimib). Bij een voldoende laag LDL-cholesterolgehalte werd tevens getracht het HDL-cholesterolgehalte te verhogen. Primaire eindpunten waren overlijden en niet-fataal myocardinfarct. Secundaire eindpunten waren overlijden, myocardinfarct, CVA en hospitalisatie door instabiele angina pectoris.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 augustus 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 8 - Editie 8, 2007