Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Hepatitis-B-vaccinatie: wèl of geen booster?

Door op 01-03-2006

Hepatitis-B-virus (HBV) is erg besmettelijk: circa eenderde deel van de wereldbevolking is geïnfecteerd en 400 miljoen mensen zijn chronische ‘dragers’. Vaccinatie is de meest doelmatige methode ter voorkoming van HBV-infecties en is zeer effectief gebleken. Veel Aziatische landen zijn sinds begin jaren ’80 van de vorige eeuw overgegaan tot massale inenting in verband met de zware HBV-ziektelast. In Taiwan bleek dit inentingsbeleid effectief in het verminderen van chronische hepatitis-B-infecties, resulterend in een reductie van hepatocellulair carcinoom en fulminante hepatitis bij kinderen. Een belangrijke vraag is òf en zo ja wanneer gevaccineerden een boosterinjectie moeten hebben. De eenvoudigste manier om te weten of iemand voldoende beschermd is tegen een HBV-infectie is het meten van het anti-HBs: Een concentratie van > 10 IE/l wordt beschouwd als adequaat. Echter een lagere of niet meer meetbare concentratie betekent niet noodzakelijkerwijs verlies van bescherming. Daarom is het bijhouden/volgen van de incidentie van HBV-infecties bij gevaccineerden een goede manier om na te gaan of de bescherming in een gevaccineerde populatie aan het afnemen is. In Italië worden sinds 1991 alle pasgeborenen en 12-jarigen tegen HBV gevaccineerd. Zanetti et al. volgden van deze groep 1212 kinderen en 446 luchtmachtrecruten. Kinderen met een anti-HBs-concentratie van < 10 IE/l kregen een boosterinjectie en werden daarna opnieuw getest. Adequate concentraties werden gevonden bij tweederde van de kinderen die als baby waren gevaccineerd; de adolescenten die op 12-jarige leeftijd waren gevaccineerd bleken voor bijna 90% beschermd. Over een periode van 10 jaar waren HBVinfecties zeldzaam. In een Taiwanese studie toonden veel kinderen, die kort na de geboorte waren gevaccineerd tegen HBV, na 15 jaar een verminderde immuniteit tegen HBV. Een eenmalige booster herstelde de immuunrespons bij vrijwel alle betrokkenen. De vraag is of een booster wel nodig is: epidemiologische gegevens lieten geen toename van het aantal HBVgevallen zien bij de gevaccineerde personen. Op grond daarvan lijkt een boosterinjectie bij op jonge leeftijd gevaccineerden de eerste 20 jaar niet nodig. Langer durende epidemiologische studies in verschillende landen zullen moeten aantonen of een booster bij (een deel van de) gevaccineerden zinvol is. Vooralsnog wordt dit niet aanbevolen.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Diversen
Publicatie 1 maart 2006
Editie PiL - Jaargang 10 - editie 3 - Editie 3, 2006