Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Het beleid bij urineweginfecties

Door op 16-09-2010

Ongecompliceerde urineweginfecties komen frequent voor bij vrouwen. Het beleid is doorgaans na bevestiging van de diagnose een behandeling met antibiotica. Er zijn in de loop der jaren verschillende strategieën beschreven hoe men de klachten kan behandelen. Om te onderzoeken welke aanpak het beste resultaat geeft, werd door Little en medewerkers een gerandomiseerd onderzoek opgezet. De vijf strategieën zijn 1. antibiotica na een dipstick, 2. antibiotica na beoordeling van de klachten met een algoritme gebaseerd op symptoomscores, 3. meteen antibiotica op basis van de klachten, 4. uitgesteld (minimaal 48 uur) antibiotica na klachten en 5. antibiotica na bekend worden van een kweek van midstream-urine. Als eindmaten werd gekeken naar afname van de klachten na 2-4 dagen, de totale duur van de klachten en gebruik van antibiotica. In het onderzoek werden 62 huisartspraktijken betrokken. Er werden 309 vrouwen van 18-70 jaar gerandomiseerd. Zij meldden zich met specifieke urinewegklachten in hun huisartspraktijk. Indien het een ongecompliceerde cystitis betrof, begon men de randomisatieprocedure.
Er was geen significant verschil wat betreft ernst van de klachten na 2-4 dagen en de duur van de klachten. Ook de frequenties van herhaalconsulten waren in de groepen, met uitzondering van de algoritmegroep, niet significant verschillend. Het antibioticagebruik was in de groep die meteen antibiotica kreeg 97%, na een kweek 80%, met advies minimaal 48 uur te wachten 77%, na bevestiging met een dipstick 80% en met toepassing van het algoritme 90%. Bij 66% van de vrouwen bij wie een kweek werd gedaan, kon de diagnose worden bevestigd (kennelijk werd niet altijd gewacht op de uitslag van de kweek). Er werd een bescheiden afname (20-25%) van het antibioticagebruik bereikt in alle groepen met uitzondering van de algoritmegroep.
Als conclusie werd gesteld dat het gebruik van antibiotica het meest beperkt werd in de dipstickgroep met advies 48 uur te wachten en in de groep waarbij antibiotica gegeven werd met het advies na 48 uur zo nodig te beginnen met de therapie. De onderzoekers stellen dat hiermee het gebruik van antibiotica kan worden verminderd. Een kweek om de diagnose te bevestigen biedt geen meerwaarde. In een begeleidend artikel worden de resultaten beschreven naar de gevoelens van vrouwen met een urineweginfectie over de verschillende vormen van aanpak. De conclusie is dat de meeste vrouwen wel openstaan voor andere vormen van aanpak, maar van degenen die werden gevraagd om de inname van antibiotica uit te stellen, voelden sommigen zich niet serieus genomen. Zij hadden de indruk dat hun huisarts niet naar hen had geluisterd.

Opmerking referent: de resultaten passen in feite goed in het beleid zoals geformuleerd in de NHG-standaard Urineweginfecties. Op de leesbaarheid van het onderzoek is nogal wat af te dingen: het is nodeloos ingewikkeld gemaakt.

Belangenverstrengeling: een auteur heeft workshops geleid waarvoor hij een vergoeding van Bayer kreeg. De andere auteurs vermelden geen belangenverstrengeling.

Little P, Moore MV, Turner S, Rumsby K, Warner G, Lowes JA, Smith H, Hawke C, Leydon G, Arscott A, Turner D, Mullee M. Effectiveness of five different approaches in management of urinary tract infection: randomised controlled trial. BMJ 2010;340:405.
Leydon GM, Turner S, Smith H, Little P on behalf or the UTIS team. Women’s views about management and cause of urinary tract infection: qualitative interview study. BMJ 2010;340:407.
NHG-standaard Urineweginfecties. http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/NHGStandaard/M05.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Knuistingh Neven, A.
Thema Farmacotherapie
Publicatie 16 september 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 7 - Editie 7, 2010