Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Het effect van screening op aanwezigheid van prostaatkanker

Door op 01-05-2006

Ook in Nederland wordt in het kader van bevolkingsonderzoeken regelmatig bij mannen zonder klachten gescreend op de aanwezigheid van prostaatkanker, door het bepalen van het prostaat specifiek antigeen (PSA) of door het uitvoeren van een rectaal toucher. Er is echter twijfel over de effectiviteit van deze benadering. Immers, in zijn algemeenheid geldt dat screening wel resulteert in een eerdere detectie van een ziekte, maar niet noodzakelijkerwijs in een afname van de specifieke sterfte door prostaatkanker. Ook voor prostaatkanker geldt dat niet is aangetoond dat screening de sterfte kan verminderen. Om te onderzoeken of screening voor prostaatkanker de sterfte aan prostaatkanker vermindert, werd in de VS een case-controle onderzoek uitgevoerd in 10 Veterans Affairs medical centers in New England. Onder de 71.661 in de studie opgenomen personen werd in de periode 1991-1995 bij 1425 mannen prostaatkanker vastgesteld. In de periode van 1991-2000 was de totale sterfte in deze groep 501 (cases) en de specifieke sterfte aan prostaatkanker 138. Als controles werden patiënten geselecteerd die nog in leven waren op het moment van overlijden van de case, dezelfde leeftijd hadden en gezien waren in hetzelfde ziekenhuis. Vervolgens werd (geblindeerd voor de diagnose) voor cases en controles nagezocht of er tevoren een PSA-bepaling of rectaal onderzoek was uitgevoerd.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Kortweg
Publicatie 1 mei 2006
Editie PiL - Jaargang 10 - editie 5 - Editie 5, 2006