Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Het gebruik van 'biologicals' bij de behandeling van reumatoïde artritis

Door op 01-02-2010

Recentelijk zijn drie antilichamen beschikbaar gekomen voor de behandeling van reumatoïde artritis (RA), namelijk rituximab, abatacept en tocilizumab. Tot de jaren tachtig bestond de behandeling van RA uit NSAIDs en paste men in een later ziektestadium DMARDs (‘disease modifying antirheumatic drugs’) toe. Nieuwe inzichten hebben ertoe geleid dat DMARDs eerder en agressiever in het ziektebeloop worden ingezet. De plaats van de nieuwe ‘biologicals’ is nog niet geheel duidelijk.
Rituximab is een antilichaam tegen het CD20 antigeen op B-lymfocyten. Het is geregistreerd voor de behandeling van ernstige, actieve RA in combinatie met methotrexaat bij patiënten die eerder geen verbetering toonden op behandeling met tenminste één TNF-blokker. Abatacept richt zich tegen de costimulingssignalen voor de T-lymfocyten. De FDA heeft dit middel geregistreerd als monotherapie en de EMEA voor toepassing in combinatie met methotrexaat. Tocilizumab is een antilichaam tegen IL-6. Het is geregistreerd voor patiënten die eerder geen verbetering toonden op behandeling met DMARDs of TNF-blokkers. Tijdens klinische onderzoeken met tocilizumab nam men een verhoogde frequentie van leverenzymafwijkingen, neutropenie, trombocytopenie en lipidenstijgingen waar. Daarom is regelmatige controle noodzakelijk.
Voor abatacept en tocilizumab zijn er resultaten die erop wijzen dat de werkzaamheid ook na het eerste jaar van de behandeling aanhoudt. Tijdens de klinische onderzoeken zijn geen ernstige, onverwachte bijwerkingen opgetreden. Omdat er geen bewijs is dat één van deze drie biologicals effectiever is dan de andere, kan men thans geen voorkeur uitspreken.
In het onderzoek van Finckh et al. is een kosteneffectiviteitsanalyse gedaan naar de plaats van deze biologicals ten opzichte van die van anti-infl ammatoire geneesmiddelen en DMARDs. Ze onderzochten drie behandelstrategieën: 1. aanvankelijke behandeling met NSAIDs gevolgd door DMARDs bij degenen die na één jaar geen verbetering lieten zien; 2. vroege inzet van DMARDs; 3. vroege inzet van biologicals. Het risico van de laatste strategie is dat de diagnose nog niet met zekerheid gesteld is en dat mensen ten onrechte behandeld zullen worden met biologicals.
Voor de vroege inzet van DMARDs en biologicals is er in deze kosten-effectiviteitsanalyse een duidelijk voordeel te zien gedurende de eerste tien jaar van therapie. De extra kosten voor behandeling met DMARDs wegen op tegen de besparing door een kleiner aantal ziekenhuisopnamen. De kosten van de behandeling met biologicals zijn echter hoger dan de besparingen. Op de lange termijn is er onzekerheid over de werkzaamheid van biologicals omdat wetenschappelijke data nog ontbreken. De auteurs concluderen dat de meest rationele inzet is om de behandeling te beginnen met DMARDs en biologicals in te zetten na falen van de therapie met DMARDs. Als de prijzen van biologicals dalen, zal dat een belangrijke invloed hebben op de plaats van deze middelen.

Belangenverstrengeling: geen.

�� Nurmohamed MT. Newer biological agents in the treatment of rheumatoid arthritis. Do the benefits outweigh the risks? Drugs 2009; 69:2035-2043.
�� Finckh A, Bansback N, Marra CA et al. Treatment of very early rheumatoid arthritis with symptomatic therapy, diseasemodifying antirheumatic drugs, or biological agents. A cost-effectiveness analysis. Ann Intern Med. 2009; 151:612-621.

�� Abatacept is in Nederland op de markt als Orencia®
�� Rituximab is in Nederland op de markt als Mabthera®
�� Tocilizumab is in Nederland op de markt als RoActemra®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs dr. M.L. Becker
Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 1 - Editie 1, 2010