Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Hoe maak je betrouwbare richtlijnen?

Door op 01-02-2010

Richtlijnen worden vaak opgesteld door beroepsorganisaties van werkers in de gezondheidszorg met als doel een optimale behandeling van een ziektebeeld te bevorderen. De bedoeling is dat de richtlijn wetenschappelijk onderbouwd is en dat de samenstelling van de deskundigen een goede beoordeling van de beschikbare gegevens garandeert. De ervaring leert dat epidemiologen en economen daarbij zijn ondervertegenwoordigd. Veelal zijn er geen duidelijke afspraken over de samenstelling van de werkgroep die de richtlijnen samenstelt.
Het economisch belang van een richtlijn is aanzienlijk: wel of niet opnemen van een middel in een richtlijn geeft economische verliezers en winnaars en ook de keuze van een behandelgrens kan grote gevolgen hebben voor de omzet. Daarom moeten de leden van de werkgroep onafhankelijk kunnen oordelen en geen conflicterende belangen hebben. Omdat er logische en constructieve banden zijn tussen de 15 medische beroepsbeoefenaren en de industrie ten aanzien van opleiding en onderzoek, is het de vraag of deze banden geen invloed hebben op de ontwikkeling van richtlijnen. De bewijzen van ongeoorloofde belangenverstrengelingen in het verleden hebben de noodzaak tot structurering van het proces aangetoond. Sniderman en Furberg geven een aantal voorwaarden waaraan het proces zou moeten voldoen:

• De samenstelling van de commissie moet voldoende vakinhoudelijke deskundigheid bevatten aangevuld met epidemiologen, statistici, beleidsmakers en deskundigen op het gebied van de gezondheidszorg
• Het grootste gedeelte van de commissie moet bij een herziening van de uitgave worden vervangen
• De richtlijn hoeft niet unaniem te zijn, ook minderheidsstandpunten moeten worden weergegeven
• Het concept moet openbaar gemaakt worden (internet) en openstaan voor commentaar
• Voor publicatie in de wetenschappelijke tijdschriften moet het gebruikelijke wetenschappelijke beoordelingsproces worden gevolgd
• Alle huidige en toekomstige (twee jaar) financiële belangen die verband houden met het onderwerp moeten openbaar zijn en kunnen reden zijn om iemand niet tot de commissie toe te laten
• Organisaties die de richtlijn sponsoren en uitdragen, moeten een eigen ethische gedragslijn hebben om de integriteit van het proces te waarborgen en zij mogen in relatie tot de richtlijn geen geld aannemen van de industrie.

Veel van de bovengenoemde punten worden toegepast in het Verenigd Koninkrijk, waar al meer dan tien jaar het National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) belast is met het opstellen van richtlijnen. Het heeft meer dan 550 richtlijnen uitgegeven. De richtlijnen betreffen de bevordering van de gezondheid, zoals preventie door aanpassing van de levensstijl, de beoordeling van medische technologie zoals geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, en richtlijnen voor de behandeling van klinische ziektebeelden. Het proces van de ontwikkeling van de richtlijnen is strak geprotocolleerd en volgt een tevoren vastgelegde tijdsplanning. Ook is bepaald dat bestaande richtlijnen regelmatig worden herzien. Door het tempo waarin dit gerealiseerd wordt, is men echter niet in staat de ontwikkelingen ten volle te volgen. Een ander punt van kritiek is dat het relatief lang duurt voordat middelen die nieuw op de markt komen, beoordeeld zijn. Daarnaast ondersteunt NICE de implementatie van bestaande richtlijnen.

Het doel van de richtlijn moet zijn een gedegen ondersteuning te leveren aan de zorg van de patiënt. Bij de ontwikkeling van een richtlijn moeten de belangen van de patiënt vooropstaan.

Belangenverstrengeling: Sniderman en Furberg ontvingen honoraria van de industrie. Rawlins was vanaf het eerste begin in 1999 voorzitter van NICE.

�� Sniderman A, Furberg C. Why guideline-making requires reform. JAMA 2009;301:429-431.
�� Rawlins M. The decade of NICE. Lancet 2009;374:351-352.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs P.J.M.M. Toll
Thema Diversen
Publicatie 1 februari 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 1 - Editie 1, 2010