Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Hoopgevende resultaten bij de behandeling van multipel myeloom door toevoeging van thalidomide

Door op 01-09-2006

Zoals wellicht bekend, is sinds 1960 melfalan en prednison per os de standaardbehandeling bij oudere patiënten met multipel myeloom (ziekte van Kahler). Sindsdien is er echter geen overtuigend betere behandeling voor de uitkomst van ziekte voor deze groep patiënten beschikbaar geweest. Men is dus naarstig op zoek naar nieuwe behandelingen. Het beruchte thalidomide zou wellicht een belangrijke rol hierin kunnen spelen. Op basis van de volgende werkingsmechanismen wordt thalidomide onderzocht als behandeling van myeloom: remming van TNF-alfa, onderdrukking van angiogenese, toename in celgemedieerd cytotoxisch effect en verandering in expressie van cellulaire adhesiemoleculen. Thalidomide alleen of in combinatie met andere geneesmiddelen wordt steeds meer toegepast als eerstelijnsbehandeling van nieuw gediagnosticeerd myeloom, ondanks het gebrek aan gerandomiseerde onderzoeken hiernaar. Palumbo et al. hebben daarom een prospectief, open-label, niet-geblindeerd, multicenter, gerandomiseerd onderzoek opgezet naar melfalan en prednison per os met of zonder toevoeging van thalidomide voor de behandeling van patiënten met nieuw gediagnosticeerd myeloom1. Hierbij werden de patiënten gerandomiseerd voor toediening van melfalan (4 mg/m2/dag) en prednison (40 mg/m2/dag) per os in combinatie met thalidomide 100 mg/dag per os continu (MPT; tot tekenen van relapse of progressie van de ziekte) gedurende zes 4-weekse-cycli of voor toediening van alleen melfalan en prednison (MP) per os. Primaire eindpunten waren klinische respons en ‘event-free’ overleving. Secundaire eindpunten waren onder andere overall overleving en incidentie van elke graad 3 of ernstigere bijwerkingen. Uiteindelijk werden in totaal ruim 250 patiënten gerandomiseerd in beide behandelingsgroepen. Een significant groter deel van de patiënten in de MPT-behandelingsgroep (76%) dan van de patiënten in de MP-behandelingsgroep (48%) had een complete of partiële respons na zes maanden. Het tweejaars ‘event-free’ overlevingspercentage in de MPT-behandelingsgroep was 54% ten opzichte van 27% in de MP-behandelingsgroep; een afname in risico van ‘events’van bijna de helft in de MPT-behandelingsgroep. Daarnaast was het driejaarsoverlevingspercentage in de MPT-behandelingsgroep 80% in tegenstelling tot 64% in de MP-behandelingsgroep. Het percentage patiënten met graad 3 en 4 bijwerkingen in de MPT-behandelingsgroep (48%) was significant hoger in de MP-behandelingsgroep (25%).

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 september 2006
Editie PiL - Jaargang 10 - editie 9 - Editie 9, 2006