Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Interactie tussen oxcarbazepine en claritromycine

Door op 16-09-2010

Toxische bijwerkingen van oxcarbazepine zijn waargenomen bij een tienjarig jongetje met refractaire epilepsie. Het jongetje werd reeds enkele maanden behandeld met oxcarbazepine 540 mg en 510 mg dd, lamotrigine 100 mg 2 dd, valproïnezuur 100 mg en 300 mg dd en topiramaat 100 mg 2 dd. Desondanks traden per maand twee tot drie epileptische stuipen op. In verband met een milde luchtweginfectie werd hij behandeld met claritromycine 250 mg 2 dd (t=0). Een uur na inname van de eerste dosis namen de ouders ataxie en korte perioden zonder enige reactie waar. Na de derde dosis claritromycine (t= 24 uur) waren er ook symptomen waarneembaar als slaperigheid, duizeligheid, misselijkheid, nystagmus en hyperkinesie waarna ziekenhuisopname volgde. Bij opname bestond er geen koorts meer en behoudens neusverkoudheid waren er geen respiratoire afwijkingen. Bloedonderzoek vertoonde geen relevante afwijkingen. De dosering van oxcarbazepine werd eenmalig verminderd tot 420 mg en de behandeling met claritromycine werd beeïndigd (t=36 uur). Overige medicatie bleef ongewijzigd. De klinische toestand van het jongetje verbeterde bij afnemende plasmaconcentratie van claritromycine (t½ = 4 uur). Na de volgende gewone doses oxcarbazepine van 540 mg (t=48 uur) en 510 mg (t= 60 uur) ontstond wederom slaperigheid en ataxie waarna de dosering van oxcarbazepine gedurende 24 uur werd gehalveerd. De symptomen verdwenen en de dosis oxcarbazepine werd weer verhoogd tot de oorspronkelijke dosis. Vijf dagen na de ziekenhuisopname kon de patiënt naar huis.
In vergelijking met carbamazepine worden er bij oxcarbazepine minder bijwerkingen en minder geneesmiddeleninteracties waargenomen. Er zijn geen dodelijk verlopen intoxicaties met alleen oxcarbazepine als medicatie bekend. De belangrijkste geneesmiddeleninteracties hebben een verlaging van de plasmaconcentratie van oxcarbazepine tot gevolg en betreffen met name interacties met andere anti-epileptica zoals carbamazepine, fenobarbital en valproïnezuur. De beschreven interacties met oxcarbazepine houden verband met verandering in het metabolisme door de lever. Oxcarbazepine wordt in de lever voor 95% omgezet in het werkzame monohydroxyderivaat en voor 4% in het onwerkzame dihydroxyderivaat. Er is geen correlatie bekend tussen plasmaconcentratie oxcarbazepine of plasmaconcentratie van de werkzame metaboliet en neurologische bijwerkingen. Plasmaconcentraties zijn waarschijnlijk geen goede afspiegeling van de concentraties in het centrale zenuwstelsel. Passage van de bloed-hersenbarrière bepaalt dus de werkzaamheid van oxcarbazepine. Bij de passage van de bloed-hersenbarrière spelen P-glycoproteïnen een rol. Er wordt verondersteld dat macroliden deze P-glycoproteïnen remmen, waardoor de concentratie oxcarbazepine bij ingestelde patiënten in de hersenen toeneemt. Hierdoor kunnen de bijwerkingen worden verklaard. In verband met mogelijke toxische bijwerkingen van oxcarbazepine beveelt men aanpassing van dosering van oxcarbamazepine aan indien een behandeling met macroliden wordt begonnen.

Belangenverstrengeling: geen.

Opmerking redactie: overleg met een ter zake deskundige (kinder-)neuroloog lijkt aangewezen alvorens de dosering van anti-epileptica bij gelijktijdig gebruik van macroliden aan te passen.

Santucci R, Fothergill H, Laugel V, Perville A, De Saint Martin A, Gerout A-C, Fischbach M. The onset of acute oxcarbazepine toxicity related to prescription of clarithromycin in a child with refractory epilepsy. Letter to the Editor. Br J Clin Pharmacol 69;3:314-316.

Oxcarbazepine is in Nederland op de markt als zodanig en als Trileptal®
Claritromycine is in Nederland op de markt als zodanig en als Klacid® en Clarosip®
Lamotrigine is in Nederland op de markt als zodanig en als Lamictal®
Valproïnezuur is in Nederland op de markt als zodanig en als Depakine®, Orfiril®, Propymal®
Topiramaat is in Nederland op de markt als zodanig en als Topamax®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Dr. B.E. Smink
Thema Farmacotherapie
Publicatie 16 september 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 7 - Editie 7, 2010