Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Invloed van CYP2D6-polymorfismen op het resultaat van behandeling met tamoxifen bij vrouwen met borstkanker

Door op 25-06-2010

Hormonale therapie met tamoxifen wordt veelvuldig toegepast bij de adjuvante behandeling van borstkanker. Het leverenzym cytochroom P450 2D6 (CYP2D6) speelt een belangrijke rol bij de omzetting van tamoxifen naar actieve metaboliet endoxifen.
Schroth et al. onderzochten of genetische variatie in het CYP2D6-gen van invloed is op het resultaat van behandeling met tamoxifen. Hiertoe is een retrospectief onderzoek uitgevoerd met een Duits en Amerikaans cohort van patiënten die adjuvante behandeling met tamoxifen als monotherapie kregen voor een vroeg stadium van borstkanker. Van de 1325 patiënten die tussen 1986 en 2005 zijn geïncludeerd werd het CYP2D6-genotype bepaald. Er is gekeken naar de disfunctionele allelen CYP2D6*3,*4 en *5 en de allelen *10 en *41, die leiden tot een verminderde enzymactiviteit. Aan de hand hiervan zijn patiënten ingedeeld in drie groepen: vrouwen met een normale CYP2D6 enzymactiviteit (‘extensive metabolizers’; n=609), een verminderde enzymactiviteit (‘intermediate metabolizers’; n=637) en vrouwen met een slechte of afwezige enzymactiviteit (‘poor metabolizers’; n=79).
Ten opzichte van de extensive metabolizers hadden zowel intermediate als poor metabolizers een verhoogd risico op een recidief, met een ‘hazard ratio’ (HR) van respectievelijk HR=1,40 (95%BI 1,04-1,90) en HR=1,90 (95%BI 1,10-3,28). Ook had de groep van intermediate en poor metabolizers samen een slechtere overleving zonder ‘events’ (HR=1,33; 95% BI 1,06-1,68) en ziektevrije overleving (HR=1,29; 95%BI 1,03-1,61) dan de groep van extensive metabolizers. Er was echter geen verschil in totale overleving (HR=1,15; 95%BI 0,88-1,51).
De conclusie luidt dat poor metabolizers een groter risico hebben op het falen van de behandeling met tamoxifen dan patiënten met een normaal functionerend CYP2D6-enzym. Genotypering biedt de mogelijkheid om patiënten met een CYP2D6 poor metabolizer status op te sporen waarbij vervolgens een andere vorm van adjuvante endocriene therapie kan worden overwogen.

Opmerking referent: bij de behandeling van borstkankerpatiënten met tamoxifen spelen naast het CYP2D6-genotype mogelijk ook andere omgevingsfactoren een rol, zoals het gebruik van CYP2D6-remmende co-medicatie. Uit recent onderzoek van Kelly et al. is bijvoorbeeld gebleken dat paroxetine, een sterke remmer van het CYP2D6-enzym, een negatieve invloed heeft op het behandelresultaat van tamoxifen bij vrouwen met borstkanker. Tevens wordt inmiddels in onderzoeksverband nagegaan wat de beste andere vorm van adjuvante endocriene therapie bij poor metabolizers kan zijn. Hierbij kan gedacht worden aan behandeling met aromataseremmers, maar mogelijk ook aan verhoging van de tamoxifen-dosering.

Belangenverstrengeling: een aantal auteurs heeft honoraria ontvangen van verschillende farmaceutische bedrijven. Sponsors van het onderzoek hebben echter geen inspraak gehad in de opzet, dataverzameling, analyse en interpretatie van de onderzoeksgegevens. Tevens zijn zij niet betrokken geweest bij het schrijven van het manuscript.

Schroth W, Goetz MP, Hamann U, et al. Association between CYP2D6 polymorphisms and outcomes among women with early stage breast cancer treated with tamoxifen. JAMA 2009;302:1429-1436.
Kelly CM, Juurlink, DN, Gomes T. Selective serotonin reuptake inhibitors and breast cancer mortality in women receiving tamoxifen: a population based cohort study. BMJ 2010;340:c693.

Tamoxifen is in Nederland op de markt als zodanig en als Nolvadex®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs L.A. Lammers
Thema Farmacotherapie
Publicatie 25 juni 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 5 - Editie 5, 2010