Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Langetermijneffect van inhalatiecorticosteroïden op de longfunctie bij COPD

Door op 01-03-2004

De waarde van inhalatiecorticosteroïden (ICS) bij chronisch obstructieve longlijden (COPD) is, anders dan bij astma bronchiale, niet duidelijk.vn Geadviseerd wordt ICS toe te voegen bij een onderliggende astmatische component of bronchiale hyperreactiviteit, bij symptomatische ernstige COPD (geforceerde eensecondecapaciteit [FEV1] <50%), bij recidiverende exacerbaties of bij een snelle longfunctieafname. In de praktijk blijkt meer dan de helft van de Nederlandse COPD-patiënten die medicatie inhaleren ook ICS te gebruiken.vn Om de therapeutische waarde van ICS op lange termijn te onderzoeken, werd een meta-analyse verricht van alle gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies rond COPD-patiënten, waarbij de primaire uitkomst het beloop van de FEV1 was.vn De behandelduur moest minimaal twee jaar bedragen. Het effect werd gemeten door de verschillen in de FEV1-helling te bepalen, waarbij rekening werd gehouden met de groepsheterogeniteit. Er werden zes analyseerbare publicaties gevonden, met in totaal 3571 ingesloten patiënten. Het samengevoegde FEV1-verschil tussen de behandel- en de placebogroep bedroeg gemiddeld slechts – 5,0±3,2 ml/jaar (p=0,11). Er waren ook geen verschillen wanneer gecorrigeerd werd voor de ernst van COPD (FEV1 groter of kleiner dan 50%) of luchtwegverwijding. De secundaire uitkomsten lieten wisselende resultaten zien: luchtwegsymptomen verbeterden (in twee van vier studies); de exacerbatiefrequentie en de bronchiale hyperreactiviteit verminderden. Daarnaast werden echter ook systemische bijwerkingen aangetoond, zoals een daling van de cortisolconcentratie in het bloed en verminderde botdensiteit.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Aanbevolen Overzichten
Publicatie 1 maart 2004
Editie PiL - Jaargang 8 - editie 3 - Editie 3, 2004