Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Meerwaarde van etanercept bij vroege reumatoïde artritis

Door op 25-06-2010

Emery en medewerkers beschrijven de resultaten in het tweede jaar van het dubbelblinde, gerandomiseerde COMET-onderzoek (Combination of Methotrexate and Etanercept in Early Rheumatoid Arthritis). De resultaten van het eerste onderzoeksjaar zijn al eerder gepubliceerd. Tijdens het eerste jaar vergeleek men de effectiviteit van de combinatie etanercept en methotrexaat (EM-groep; eenmaal per week 50 mg etanercept subcutaan en maximaal 20 mg methotrexaat oraal) met monotherapie methotrexaat (M-groep) bij patiënten met vroege reumatoïde artritis. De combinatietherapie bleek significant betere resultaten te geven op zowel ziekteactiviteit als radiologische ontwikkelingen.
In het tweede jaar onderzocht men de effecten van voortzetting of verandering van de aanvankelijke behandeling op de klinische en radiologische ontwikkeling van de aandoening. Patiënten uit de EM-groep kregen dezelfde behandeling (EM/EM-groep; n=111) of alleen etanercept (EM/E-groep; n=111). Patiënten uit de M-groep kregen in het tweede jaar dezelfde behandeling (M/M-groep; n= 99) of een combinatie met etanercept (M/EM-groep; n=90). De klinische eindpunten waren het percentage patiënten met remissie (Disease Activity Score in 28 gewrichten DAS28 < 2,6) op week 104, het percentage patiënten met 20%, 50% of 70% verbetering van de American College of Rheumatology-criteria (ACR20, ACR50 of ACR70) op week 104 en de verandering in gemiddelde DAS28 van week 52 tot 104. Radiologische eindpunten waren het percentage patiënten met radiologische non-progressie (gemodificeerde Sharp/van der Heijde score SHS ≤ 0,5) op week 104 en de radiologische veranderingen van week 52 tot 104.
Na twee jaar behandeling was het percentage patiënten met remissie significant groter in de EM/EM en M/EM-groep (maar niet in de EM/E-groep) dan in de M/M-groep (respectievelijk 57%, 58%, 50% en 35%; P= 0,002-0,003). Ook de percentages patiënten met ACR20, ACR50 en ACR70 waren significant hoger in de EM/EM en M/EM-groep dan in de M/M-groep. De gemiddelde DAS28 veranderde van week 52 tot 104 alleen significant in de M/EM-groep (verbetering van 3,3 naar 2,8) en EM/E-groep (verslechtering van 2,6 naar 3,1). Het percentage patiënten zonder radiologische progressie was significant hoger in de EM/EM-groep dan in alle andere behandelgroepen (EM/EM: 90%; EM/E: 75%; M/EM: 75%; M/M: 67%; P<0,001-0,009). Uit deze resultaten berekende men dat 4,5 patiënten in de EM/EM-groep behandeld moeten worden voor één remissie of één radiologische non-progressie meer dan in de M/M-groep.
De auteurs concluderen dat combinatietherapie van etanercept en methotrexaat effectiever is dan monotherapie met methotrexaat ter verbetering van de klinische en radiologische ontwikkelingen bij vroege reumatoïde artritis, zelfs als men pas in het tweede jaar etanercept aan methotrexaat toevoegt. Vroege behandeling met de combinatietherapie beschermt tegen gewrichtsbeschadiging en functieverlies op termijn zonder significante additionele veiligheidsrisico's.

Belangenverstrengeling: alle auteurs ontvingen sponsorgeld of hadden andere financiële banden met één of meerdere farmaceutische firma's. Het onderzoek werd gefinancierd door Wyeth Pharmaceuticals (onderdeel van Pfizer).

Emery P, Breedveld F, Heijde van der D, et al. Two-year clinical and radiographic results with combination etanercept-methotrexate therapy versus monotherapy in early rheumatoid arthritis. A two-year, double-blind, randomized study. Artritis Rheum 2010;62:674-82.

Etanercept is in Nederland op de markt als Enbrel®
Methotrexaat is in Nederland op de markt als zodanig en als Emthexate® en Metoject®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs M. Nelissen-Vrancken
Thema Farmacotherapie
Publicatie 25 juni 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 5 - Editie 5, 2010