Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Methylnaltrexon bij obstipatie door gebruik van opioïden

Door op 16-09-2010

Opioïden worden op grote schaal gebruikt voor de behandeling van ernstige pijn en veroorzaken frequent bijwerkingen. Eén van de meest voorkomende bijwerkingen is obstipatie. Bij meer dan 40% van de patiënten die behandeld worden met opioïden, komt obstipatie voor; bij patiënten met kanker is dit meer dan 85%, ondanks het profylactisch gebruik van laxeermiddelen. In deze gevallen kan behandeling met methylnaltrexon uitkomst bieden.
Methylnaltrexon is een selectieve μ-opioïd receptorantagonist en wordt om de dag subcutaan toegediend, met de mogelijkheid om de doseerfrequentie te verhogen naar dagelijks. Het is een quaternair amine en kan daardoor moeilijk de bloed-hersenbarrière passeren. Als gevolg daarvan zijn de effecten van methylnaltrexon sterker in het perifere weefsel, zoals in het maag-darmkanaal, waar het obstipatie door opioïden tegengaat zonder het analgetisch effect te verminderen. Dit wordt met klinische data onderbouwd. Er was geen significant verschil in pijnscores voor en na toediening van 0,15 of 0,30 mg/kg subcutaan methylnaltrexon.
Het grootste deel van de methylnaltrexon wordt onveranderd uitgescheiden, zowel renaal als via de feces. De terminale halfwaardetijd is ongeveer acht uur. Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis was de blootstelling met een factor twee toegenomen. Bij een GFR van onder de 30 ml/min wordt een halvering van de dosis geadviseerd. Methylnaltrexon geeft weinig interacties met andere geneesmiddelen.
Er zijn drie gerandomiseerde onderzoeken gedaan naar het klinische effect van methylnaltrexon: één om de juiste dosis te vinden en twee naar het klinische effect. In deze onderzoeken werden terminale patiënten geïncludeerd met obstipatie door opioïden, die gedurende langer dan twee weken opioïden kregen en gedurende drie dagen een stabiele dosering opioïden en laxeermiddelen. In het dosisonderzoek bleken doses van 5 mg of meer significant effectiever dan een dosis van 1 mg met betrekking tot het optreden van een laxatie binnen vier uur. Boven de 5 mg was er geen verband tussen dosis en effect.
In de klinische onderzoeken werden patiënten gerandomiseerd naar 0,15 mg/kg, 0,30 mg/kg of placebo, om de dag of één keer per dag. Na het aanvankelijke onderzoek hadden de deelnemers de mogelijkheid om aan een aantal weken durende open-label fase mee te doen. Het primaire eindpunt was een laxatie binnen vier uur na toediening. Bij de groep die werd gerandomiseerd naar methylnaltrexon, had 50 tot 60% een laxatie binnen vier uur tegen 13 tot 15% in de placebogroep; een significant verschil. De mediane tijd tot de eerste laxatie was ongeveer één uur in de methylnaltrexongroep tegen meer dan 24 uur in de placebogroep.
Methylnaltrexon wordt goed verdragen. 6% van de patiënten in de methylnaltrexongroep staakte de behandeling wegens bijwerkingen, tegen 7% in de placebogroep. De bijwerkingen die in verband werden gebracht met methylnaltrexongebruik waren abdominale pijn, flatulentie en misselijkheid.
Methylnaltrexon lijkt een belangrijke toevoeging bij de behandeling van obstipatie door opioïden bij patiënten met ernstige ziekte die palliatieve zorg krijgen, en bij wie de behandeling met laxeermiddelen onvoldoende effect heeft.

Belangenverstrengeling: niet vermeld.

K.P. Garnock-Jones and K. McKeage. Methylnaltrexon. Drugs 2010;70:919-28.

Methylnaltrexon is in Nederland op de markt als Relistor®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs dr. M.L. Becker
Thema Aanbevolen Overzichten
Publicatie 16 september 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 7 - Editie 7, 2010