Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Narcolepsie en slaperigheid overdag

Door op 01-02-2005

In een overzichtsartikel beschrijven Zeman et al. de klinische bevindingen, de epidemiologie, de neurobiologie, de differentiële diagnose van narcolepsie en de behandeling van slaperigheid overdag. Een mogelijke oorzaak van slaperigheid overdag is narcolepsie: een chronische neurologische aandoening die de slaapregulatie aantast en daardoor slaperigheid veroorzaakt en in de meeste gevallen gepaard gaat met kataplexie (plotselinge vermindering van de spiertonus). De prevalentie van narcolepsie met kataplexie binnen de Europese bevolking wordt geschat op 3 tot 5 per 10.000 inwoners. De slaapprocessen worden gereguleerd vanuit de hersenstam, de thalamus en de hersenbasis, onder invloed van diverse neurotransmitters: noradrenaline, serotonine, acetylcholine, histamine en de onlangs ontdekte hypocretinen 1 en 2. Factoren die in de loop der jaren geassocieerd zijn met narcolepsie zijn een verstoring van de slaapperiode die wordt gekenmerkt door snelle oogbewegingen (de REM-slaap) en het weefseltype HLA DR2 (humaan leukocytenantigeen DR2). Het belang van de associatie met HLA is onduidelijk, maar het suggereert dat auto-immuniteit een rol speelt bij narcolepsie. Hypocretine-1 en -2 helpen bij het handhaven van het normale slaap-waakritme. Hun spiegels in de hersenen zijn verlaagd bij narcolepsie met kataplexie Criteria voor de diagnose narcolepsie kunnen zijn: slaperigheid overdag, de aanwezigheid van kataplexie en een positieve testuitslag in een slaapcentrum. Er zijn naast narcolepsie nog vele andere oorzaken voor slaperigheid overdag waaronder onvoldoende slaap ’s nachts, obstructieve slaapapneu, depressie, hoofdletsel, andere medische aandoeningen en het gebruik van geneesmiddelen of drugs. Voor het stellen van een diagnose is een anamnese essentieel. Voor de medicus practicus geldt dat een gestructureerde slaapanamnese de sleutel is voor het vaststellen van slaperigheid overdag en de mogelijke oorzaak daarvan. Inlichtingen van een partner, zo die er is, kunnen hierbij van nut zijn (snurken, slaapapneusyndroom). Ook de Epsworth-schaal is een mogelijkheid om de slaperigheid overdag enigszins te kwantificeren. Een lichamelijk onderzoek is zelden informatief. Of onderzoek in een slaapcentrum zinvol is en zo ja, welk onderzoek, kan het best per casus beoordeeld worden. De behandeling van narcolepsie en slaperigheid overdag bestaat uit goede informatie aan de patiënt over een regelmatig slaappatroon, goede slaaphygiëne, eventueel aangevuld met medicatie. Slaperigheid kan gereduceerd worden door amfetamineachtige stoffen (zoals dexamfetamine of methylfenidaat) of modafinil. Voor de behandeling van kataplexie worden antidepressiva (zoals clomipramine, maar ook fluoxetine en andere SSRI’s) wereldwijd toegepast, met het doel de paradoxe slaap te onderdrukken. Onderzoek naar andere mogelijkheden voor de behandeling van zowel slaperigheid als kataplexie is gaande. Stoffen die hierbij in de belangstelling staan zijn selegiline, gammahydroxyboterzuur (GHB) en stoffen ter vervanging van hypocretine. Het oorspronkelijke artikel in de BMJ wordt zeer aanbevolen.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 2 - Editie 2, 2005