sluiten Om www.pil-nascholing.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid

Observationele data kunnen helpen bij het individualiseren van de behandeling met orale anticoagulantia bij atriumfibrilleren

Medicatieveiligheid

Patiënten met atriumfibrilleren hebben een verhoogd risico op het krijgen van een ischemisch cerebrovasculair accident (CVA). Om dit te voorkomen wordt het merendeel van de patiënten behandeld met orale anticoagulantia. Hiervoor zijn vitamine K-antagonisten (VKA’s), maar sinds een aantal jaren ook direct-werkende orale anticoagulantia (DOAC’s) beschikbaar. De effectiviteit van al deze middelen is heel nauw verbonden met de bijwerkingen, namelijk bloedingen. Het is in de praktijk lastig te beoordelen voor welke patiënt de baten-risicobalans positief is, en voor welke deze negatief is. Gerandomiseerde klinische studies geven weinig informatie over het verschil in baten-risicobalans per patiënt. Observationele data, waarin grote groepen mensen in de dagelijkse praktijk bestudeerd worden, kunnen ons beter laten zien wat de baten-risicobalans is voor de individuele patiënt. Zo kan worden uitgezocht of de baten-risicobalans verschilt voor patiënten die comorbiditeit hebben of comedicatie gebruiken. Daarnaast spelen predictiemodellen voor het inschatten van het risico op een CVA en een bloeding een belangrijke rol bij de keuze van een behandeling. 

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Downloads bij dit artikel

Direct abonneren

Neem nu een abonnement op PiL en ontvang:
• onbeperkt toegang tot online kenniscentrum Klinische Diagnostiek (t.w.v. € 69,50 per jaar);
• het volledige tijdschrift op de iPad.

Direct abonneren

Inloggen