Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Plaatselijke toepassing van cannabinoïdeagonisten ter behandeling van jeuk?

Door op 01-04-2007

Chronische therapieresistente jeuk met een onbekende oorzaak is een groot therapeutisch probleem voor dermatologen. Onlangs is aangetoond dat in de huid van de mens cannabinoïde (CB)-receptoren aanwezig zijn. Men onderscheidt CB1-receptoren die vrijwel uitsluitend in het centrale zenuwstelsel voorkomen en CB2-receptoren die voornamelijk op perifere bloedcellen en weefsels van het immuunsysteem (onder andere de milt) worden aangetroffen. In de huid bevinden zich beide soorten CB-receptoren op de sensorische zenuwvezels, op mestcellen en de intra- en subepidermale ‘calcitonin gene-related peptide’ (CGRP)-positieve kleine C-zenuwvezels die van belang zijn voor het ontstaan en de voortgeleiding van jeuksignalen. Op grond van deze gegevens voerden Ständer et al. een open onderzoek uit naar de werking van een crème die N-palmitoylethanolamine (PEA), een lichaamseigen CB-receptoragonist, bevat. In totaal namen 22 patiënten (12 vrouwen, 10 mannen) aan het onderzoek deel. Bij 14 patiënten ging het om een plaatselijke pruritus en bij 8 om een gegeneraliseerde pruritus. Alle patiënten ondergingen een uitgebreid onderzoek om de diagnose te stellen respectievelijk de oorzaak van de jeuk te achterhalen: atopische constitutie (n = 1), avitaminose B12 (n = 1), ijzergebrek (n = 2), zinkgebrek (n = 1), M. Sjögren (n = 1). Bij zeven patiënten kon geen oorzaak worden vastgesteld, bij anderen was de pruritus ontstaan in het kader van lichen simplex (n = 1), cutaan B-cell lymfoom (n = 1), xerosis (n = 1), aquagene pruritus (n = 2), CREST-syndroom (n = 1), hepatitis-C (cholestatische icterus; n = 1), en een niet duidelijk ziektebeeld (n = 2). Alle patiënten ondergingen reeds uitgebreide behandeling met onder andere plaatselijke of systemische glucocorticosteroïden, menthol, capsaïcine, tacrolimus, pimecrolimus, verband met of zonder ureum, antihistaminica, naltrexon, SSRI’s, en/of UV-bestraling. De patiënten brachten zelf tweemaal daags de crème (Physiogel A.I.) aan op de aangedane delen van de huid. Andere vormen van behandeling van de jeuk waren niet toegestaan; wel kon behandeling van een aanwezig onderliggend lijden worden voortgezet. De werking werd door de patiënten beoordeeld aan de hand van een Visual Analog Scale en elke vier weken bij een bezoek aan de huidarts met behulp van onder andere foto’s. Voorts werd aandacht besteed aan bijwerkingen en werd laboratoriumonderzoek uitgevoerd.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 april 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 4 - Editie 4, 2007