Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Raciale, etnische, en geslachtsverschillen in farmacotherapie

Door op 27-04-2011

In 2000 is in de VS een promotiecampagne gestart om bestaande gezondheidsverschillen door ras, etniciteit, geslacht, opleiding, inkomen en seksuele voorkeur tegen te gaan. Tijdens die campagne was weinig aandacht voor mogelijke verschillen in farmacotherapie en de rol van de apotheker daarbij. De auteurs wilden daarom vaststellen of er verschillen in farmacotherapeutische behandeling bestaan tussen mensen op grond van ras, etniciteit en geslacht, en in hoeverre deze leiden tot negatieve gezondheidsuitkomsten.
In alle grote databanken zochten zij naar tussen 1990 en 2008 gepubliceerde artikelen waarin de invloed van ras, etniciteit, of geslacht op de farmacotherapeutische behandeling van patiënten in de VS werd bestudeerd. Artikelen werden uitgesloten indien geen gezondheidsverschillen werden bestudeerd, ze niet Engelstalig waren, een controlegroep ontbrak of er geen statistische analyse was gedaan, of indien er louter niet-farmacotherapeutische zorg was onderzocht. Van de 45.881 gevonden artikelen bleven er met deze criteria 311 over voor analyse. Men bekeek welke indicatiegebieden waren onderzocht, hoe vaak er sprake was van een statistisch significant verschil in farmacotherapeutische behandeling, of verschillen in ras, etniciteit of geslacht werden bestudeerd, of het farmacotherapeutische verschil betrekking had op het wel of niet krijgen van een geneesmiddel, de tijd tot instelling van de behandeling, de keuze, de dosis of de toedieningwijze van het geneesmiddel, en of het verschil had geleid tot een objectief meetbaar verschil in gezondheidsuitkomst.
Bij 77% (n=240) van de onderzoeken was sprake van een statistisch significant verschil in farmacotherapeutische behandeling per ras, etniciteit of geslacht. Het meest voorkomende verschil (73%, n=175/240) betrof het wel of niet krijgen van een recept voor een geneesmiddel, maar ook werden verschillen gevonden in de tijd tot begin van de behandeling (4%, n=9/240), de keuze van het geneesmiddel (23%, n=56/240), en de dosis of toedieningwijze (10%, n=24/240). De gevonden farmacotherapeutische verschillen leidden tot een verminderde kans op het bereiken van het therapeutische doel, meer ziekenhuisopnamen, en een slechtere overleving. De onderzoekers concluderen dat er significante verschillen in farmacotherapie bestaan tussen de verschillende rassen, etnische minderheden en vrouwen.

Belangenverstrengeling: geen.

Hall-Lipsy EA, Chisholm-Burns MA. Pharmacotherapeutic disparities: racial, ethnic, and sex variations in medication treatment. Am J Health-Syst Pharm 2010;67:462-8.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs dr. L.E. Visser
Thema Bijwerkingen
Publicatie 27 april 2011
Editie PiL - Jaargang 15 - editie 3 - Editie 3, 2011