Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Rifampicine versus isoniazide bij behandeling van tuberculose: hogere therapietrouw en minder toxiciteit

Door op 01-02-2007

Isoniazide is in de Verenigde Staten momenteel het eerstekeuzemiddel bij de behandeling van tuberculose (TBC). Helaas wordt door lage therapietrouw bij isoniazide de werkzaamheid van circa 90% bij verre niet gehaald (gebruikelijke therapieduur: 9 maanden). Rifampicine, gedurende 4 maanden, wordt in het algemeen als goed alternatief gezien naast isoniazide bij de behandeling van TBC, maar is minder goed onderzocht en wordt minder vaak toegepast. Page et al. onderzochten door middel van een retrospectief cohortonderzoek het verschil in therapietrouw en toxiciteit tussen isoniazide en rifampicine1. In totaal werden ruim 2200 patiënten geïncludeerd, waarvan bijna 800 patiënten isoniazide gedurende 9 maanden kregen voorgeschreven en bijna 1400 patiënten rifampicine gedurende 4 maanden. Het percentage patiënten dat 80% of meer dan 80% van de voorgeschreven medicatie innam was in de isoniazidegroep significant lager (52,6%) dan in de rifampicinegroep (71,6%). Ten aanzien van de toxiciteit bleken patiënten in de isoniazidegroep meer kans op een relevante bijwerking te hebben dan die in de rifampicinegroep (11,3 versus 8,3%). Het percentage patiënten dat door een klinisch relevante bijwerking de behandeling moest staken was in de isoniazidegroep significant groter dan in de rifampicinegroep (4,6 versus 1,9%). Bovendien was het percentage patiënten met een klinisch relevante hepatotoxiciteit significant groter in de isoniazidegroep dan in de rifampicinegroep (1,8 versus 0,08%).

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 2 - Editie 2, 2007