Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Sertraline werkzamer in combinatie met liothyronine (T3)

Door op 01-09-2007

Hoewel antidepressiva op grote schaal worden toegepast voor de behandeling van depressie (en andere psychiatrische aandoeningen), laat hun werkzaamheid nog veel te wensen over. Zo treedt de werking pas na enkele weken op en wordt een volledige remissie bij minder dan de helft van alle behandelde depressieve patiënten bereikt. Reeds lang is bekend dat hypothyreoïdie gepaard kan gaan met een klinisch beeld dat veel op dat van depressie lijkt. Er is dan ook wel enig onderzoek gedaan naar de invloed van schildklierhormonen op de werkzaamheid van antidepressiva, echter zonder dat er een duidelijke conclusie aan kon worden verbonden. Cooper-Kazaz et al. hebben een gerandomiseerd, dubbelblind en placebogecontroleerd onderzoek verricht naar de therapeutische waarde van de combinatie van sertraline en liothyronine (T3) ten opzichte van die van sertraline alleen. Zij behandelden gedurende acht weken 124 volwassen patiënten met ‘major depressive disorder’ zonder psychotische kenmerken volgens de criteria van DSM-IV met sertraline (50 mg/dag, na een week 100 mg/dag) plus liothyronine (20-25 ?g/dag, na een week 40-50 ?g/dag; n = 64) of met sertraline plus placebo (n = 60). De primaire uitkomstparameter was het percentage patiënten in elke groep met na acht weken behandeling een afname van de totale score op de Hamilton Depression Rating Scale 21 items (HAMD-21) van ten minste 50% ten opzichte van de uitgangswaarde. De percentages patiënten met volledige remissie vormden een secundaire uitkomstparameter. Uit de resultaten (intent-to-treat-analyse) blijkt dat het percentage patiënten met een afname van de HAMD-21 van ten minste 50% in de sertraline-T3-groep 70% was en in de sertraline-placebogroep 50% (p = 0,02; OR 2,93, 95% BI 1,23-7,35). Voor volledige remissie waren deze percentages 58% respectievelijk 38% (p = 0,02; OR 2,69, 95% BI 1,16-6,49). Interessant is dat de patiënten met een volledige remissie een lagere uitgangswaarde van T3 bleken te hebben dan de andere patiënten. Er waren geen noemenswaardige verschillen in bijwerkingen tussen de twee groepen.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 september 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 9 - Editie 9, 2007