Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Therapietrouw bij familiaire hypercholesterolemie

Door op 01-06-2003

Familiaire hypercholesterolemie heeft in Westerse landen een prevalentie van 1 op 400-500 personen. In 1994 kwam in Nederland een nationaal programma op gang ter opsporing van mensen met familiaire hypercholesterolemie. Er vond genealogisch onderzoek plaats en er werden DNA-testen afgenomen bij familieleden van mensen met één aangetoonde mutatie in het LDL-receptorgen. Het bereiken van lage plasmaconcentraties LDL vraagt vaak hoge doses statine of combinatietherapie. Hierdoor kan een slechte tolerantie en dus ook minder compliantie optreden; juist bij patiënten met familiaire hypercholesterolemie die een groot risico lopen op prematuur coronarialijden en dus levenslang therapie moeten gebruiken. Twee jaar na het stellen van de diagnose werd nagegaan hoe het met de compliantie aan de therapie ging. De onderzoeksmethode was het invullen van een vragenlijst. Van de 747 patiënten met familiaire hypercholesterolemie bleken al 281 personen (37,6%) cholesterolverlagende therapie te krijgen op het moment van diagnose. Dit percentage was een jaar na diagnose 92,5%. Twee jaar na diagnose waren nog 733 patiënten in leven en kreeg 86,0% cholesterolverlagende therapie.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacie
Publicatie 1 juni 2003
Editie PiL - Jaargang 7 - editie 6 - Editie 6, 2003