Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Thiazolidinedionen bij diabetes mellitus

Door op 01-02-2005

De thiazolidinedionen vormen een nieuwe groep orale bloedglucoseverlagende middelen. In Nederland zijn twee middelen geregistreerd: pioglitazon (Actos) en rosiglitazon (Avandia). Thiazolidinedionen verlagen de bloedglucoseconcentraties en verhogen de insulinegevoeligheid. In tegenstelling tot de sulfonylureumderivaten (o.a. glibenclamide, gliclazide) hebben thiazolidinedionen geen invloed op de insulinesecretie als zodanig, waardoor er geen risico is op hypoglykemie. Thiazolidinedionen zijn alleen actief als er voldoende insuline beschikbaar is. Pioglitazon en rosiglitazon zijn geregistreerd als orale monotherapie bij patiënten met diabetes mellitus type 2, met name bij degenen met overgewicht, bij wie dieet en inspanning onvoldoende vruchten afwerpen en bij wie metformine niet toepasbaar is vanwege contraindicaties of intolerantie. Beide middelen zijn ook geregistreerd als adjuvans in de behandeling van diabetes mellitus type 2 bij patiënten met een onvoldoende gecontroleerde bloedspiegel ondanks maximale dosering van een sulfonylureumderivaat of metformine. De combinatie met metformine is geïndiceerd bij adipeuze patiënten en de combinatie met sulfonylureumderivaten is geïndiceerd wanneer metformine niet verdragen wordt of gecontra-indi-ceerd is (bijv. bij nierfunctiestoornissen). De belangrijkste bijwerkingen van de thiazolidinedionen zijn gewichtstoename, oedeem en anemie. De gewichtstoename kan worden toegeschreven aan een verhoogde water- en zoutretentie, maar meestal aan de toegenomen vetdeposities. Gelijktijdig gebruik van NSAID’s kan het risico op oedeem verhogen. Andere bijwerkingen die worden gerapporteerd zijn hoofdpijn, flatulentie en duizeligheid. Aangezien het eerste thiazolidinedion, troglitazon, in 2000 van de markt is gehaald wegens hepatotoxiciteit wordt geadviseerd om met regelmaat de leverfunctie te controleren. In augustus 2004 werd een casus gepubliceerd waarbij een fatale leverfunctiestoornis mogelijk in verband te brengen was met pioglitazon. Pioglitazon en rosiglitazon mogen niet worden gegeven in combinatie met insuline vanwege het risico op hartfalen. Tevens zijn de middelen gecon-tra-indiceerd bij (anamnestisch) hartfalen (NYHA-klasse I-IV) en bij leverfunctiestoornissen. Er zijn geen ‘head to head’ dubbelblinde onderzoeken verricht om de effecten van pioglitazon en rosiglitazon met elkaar te vergelijken. De middelen lijken zich van elkaar te onderscheiden door verschillende effecten op het lipidenprofiel. Bij behandeling met pioglitazon bleven LDL-concentraties onveranderd, terwijl bij rosiglitazon significante verhogingen (8-16%) van LDL werden gemeten. Beide middelen leidden tot een verhoging met circa 10% van de HDL-concentraties. Effecten van thiazolidinedionen op triglyceriden zijn variabel, waarbij bij gebruik van pioglitazon vaker een verlaging van triglyceriden werd gemeten. Pioglitazon lijkt dus als neveneffect een gunstige werking op het lipidenprofiel te hebben. Verder vergelijkend onderzoek is nodig om de relevantie hiervan nader te kunnen uitwijzen. Overigens zijn beide middelen vergelijkbaar in prijs (ca. € 45,- per maand) en duur in vergelijking met andere orale antidiabetica (bijv. metformine € 6,- per maand of acarbose € 18,- per maand). Het is interessant om het effect van thiazolidinedionen op cardiovasculaire eindpunten te weten. Tot nu toe lieten deze middelen nog geen significant effect op de bloeddruk zien. Inmiddels loopt een tweetal grote klinische onderzoeken: het PROactive-onder-zoek (Prospective Pioglitazone Clinical Trial in Macrovascular Events; 5000 patiënten in 2,5-4 jaar) en het RECORD-onderzoek (Rosiglitazone Evaluation for Cardiac Outcomes in Diabetes Trial; 4000 patiënten in 6 jaar). Zoals vermeld verlagen de thiazolidinedionen de bloedglucoseconcentraties en wordt de insulinegevoeligheid bevorderd. Resultaten ten aanzien van niet-glykemische effecten zoals lichaamsgewicht, bloeddruk en lipiden zijn tot nu toe teleurstellend.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 2 - Editie 2, 2005