Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Vaccinatie tegen HPV leidt niet tot verhoogd risico op miskraam

Door op 16-08-2010

Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door infectie met een humaan papillomavirus (HPV)-type met een hoog risico, zoals HPV-16 of -18. Een persisterende HPV-infectie kan leiden tot premaligne cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN) en uiteindelijk tot baarmoederhalskanker. Vaccins op basis van HPV-virusdeeltjes zijn effectief ter voorkoming van CIN bij vrouwen die niet eerder zijn geïnfecteerd met HPV. Sinds 2009 is het bivalente HPV 16/18 vaccin Cervarix®, met het adjuvans ASO4, opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Ook in het Verenigd Koninkrijk wordt Cervarix gebruikt; andere landen gebruiken het quadrivalente HPV 16/18/6/11 vaccin Gardasil® met als adjuvans aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (alum).
De veiligheid van het gebruik van deze vaccins bij zwangeren is niet onderzocht en daarom wordt vaccinatie tijdens de zwangerschap niet aangeraden. HPV vaccinatie zou het risico op miskramen kunnen verhogen. Hiervoor bestaat geen mechanistische hypothese, waardoor het onduidelijk is welke periode tussen vaccinatie en conceptie in onderzoek bestudeerd moet worden.
Wacholder et al. voerden een analyse uit op de bijeengevoegde gegevens van twee gerandomiseerde onderzoeken naar de effecten op zwangerschap van Cervarix (n=13.075) versus die van hepatitis A-vaccinatie (n=13.055). In totaal werden 3599 zwangerschappen geanalyseerd; de aantallen zwangerschappen en levend geborenen waren gelijk in beide groepen. Het percentage miskramen in de HPV-groep (11,5%) verschilde niet significant van dat in de controlegroep (10,1%). Verschillende periodes tussen vaccinatie en conceptie werden onderzocht. Voor zwangerschappen die binnen drie maanden na vaccinatie begonnen, was het risico op een miskraam licht verhoogd (14,7% in de HPV-groep versus 9,1% in de controlegroep; n.s.). De onderzoekers concluderen dat het onwaarschijnlijk is dat Cervarix het risico op miskramen verhoogt, maar kunnen niet volledig uitsluiten dat vaccinatie een effect heeft op zwangerschappen binnen drie maanden na vaccinatie.
Zowel de FDA als de EMA hebben bij de registratie van Cervarix en Gardasil gesteld dat de frequentie van miskramen na HPV-vaccinatie niet afwijkt van de achtergrondincidentie beschreven in de literatuur. Toch hebben zij de fabrikanten verplicht tot het uitvoeren van post-marketingonderzoek omdat zelfs een klein effect van vaccinatie een groot aantal miskramen kan veroorzaken onder de wereldwijd miljoenen seksueel actieve vrouwen die het HPV-vaccin krijgen. Analyse van bijeengevoegde gegevens van meerdere post-marketingonderzoeken en monitoring-programma’s zijn nodig voor herbevestiging van de veiligheid van HPV-vaccins.

Belangenverstrengeling: Canfell meldt geen belangenverstrengeling behalve onderzoeksovereenkomsten die zij heeft gesloten met enkele auteurs van het artikel van Wacholder et al.

Canfell C. Monitoring HPV vaccination programmes. BMJ 2010;340:c1666.
Wacholder S, Chen BE, Wilcox A, Macones G, Gonzales P, Befano B, et al. Risk of miscarriage with bivalent vaccine against human papillomavirus (HPV) types 16 and 18: pooled analysis of two randomised controlled trials. BMJ 2010;340:c712.

Bivalent humaan papillomavaccin (typen 16 en 18) is in Nederland op de markt als Cervarix®
Quadrivalent humaan papillomavaccin (typen 16, 18, 6 en 11) is in Nederland op de markt als Gardasil®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs A.L. de Goede
Thema Farmacotherapie
Publicatie 16 augustus 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 6 - Editie 6, 2010