Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Varenicline, een nieuwe behandelmogelijkheid bij stoppen met roken

Door op 31-03-2010

Stoppen met roken levert grote verlaging van mortaliteit en morbiditeit op en is bijzonder kosteneffectief. Naast voorlichting van patiënten en gedragstherapie zijn er ook farmacologische behandelingsmogelijkheden. De kans op ‘niet roken’ ten minste zes maanden na aanvang van therapie wordt verdubbeld door behandeling met nicotinepreparaten of bupropion. Varenicline verdrievoudigt de kans op ‘niet roken’ twaalf maanden na aanvang van behandeling. Het is in 2006 door EMEA goedgekeurd.
Rookverslaving wordt veroorzaakt door nicotine, dat de afgifte van dopamine stimuleert door activering van nicotinerge acetylcholinereceptoren (nAChR) in het mesolimbische systeem. Varenicline bindt zich selectief en met een grotere affiniteit dan nicotine aan een subtype van de nAChR-receptor. Het is een partiële agonist. De afname van de mesolimbische afgifte van dopamine wordt dus tegengegaan, waardoor onttrekkingsverschijnselen minder sterk zijn. Daarnaast neemt door blokkade van nicotinerge dopamineactivering het beloningsgevoel door toch roken af. Varenicline bindt zich ook aan serotoninereceptoren. Varenicline vertoont lineaire farmacokinetiek in doseringen tot 3 mg per dag. Het heeft een lage plasma-eiwitbinding, maar een groot schijnbaar verdelingsvolume van 415 liter. Het wordt grotendeels (92%) onveranderd uitgescheiden door de nieren en heeft een eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer 24 uur. Dosisaanpassingen zijn wellicht nodig bij nierfunctieproblemen. Bij een creatinineklaring van 30-50 ml/min was de AUC 1,5 maal verhoogd, bij een klaring van <30 ml> In onderzoek bleek varenicline 1 mg tweemaal daags significant betere resultaten op te leveren dan bupropion SR 150 mg tweemaal daags en placebo op het eindpunt ‘continue koolmonoxide gecontroleerde abstinentie’ (CAR; koolstofmonoxideconcentratie <10 ppm in uitgeademde lucht). ook vergeleken met behandeling nicotinepreparaten gaf varenicline significant betere resultaten een twaalf weken durend onderzoek. dit onderzoek was car het eindpunt. uit meta-analyse van de cochrane collaboration bleek beter dan placebo (or 3,22; 95% bi 2,43-4,27) of bupropion sr 1,66; 1,28-2,16) op eindpunt continue abstinentie na maanden.
De meest voorkomende bijwerkingen van varenicline zijn misselijkheid, abnormale dromen en slapeloosheid. Het is nog onduidelijk of varenicline psychiatrische bijwerkingen heeft. Er zijn enkele gevallen gemeld bij de FDA van depressie, agitatie, gedragsverandering, suïcidale gedachten en suïcide, maar hierover zijn nog onvoldoende gegevens uit gestructureerd onderzoek. Tot deze gegevens er zijn, moet men voorzichtig zijn met het gebruik bij psychiatrische patiënten.

De FDA waarschuwt inmiddels wel voor psychiatrische bijwerkingen van varenicline: gedragsveranderingen, depressie, vijandigheid en suïcidale gedachten of suïcidepogingen. Patiënten mogen niet beginnen met varenicline indien sprake is van psychiatrische ziekten in de voorgeschiedenis. Zorgverleners, familieleden van de patiënt, patiënten en verzorgers wordt gevraagd om alert te zijn op gedragsveranderingen bij gebruikers. Daarnaast wijst de FDA op het risico van ernstige allergische huidreacties. Ook is er een waarschuwing tegen het gebruik in het verkeer en bij besturing van zware machines.

Belangenverstrengeling: de auteur heeft verscheidene banden met de farmaceutische industrie.

Jiménez-Ruiz C, Berlin I, Hering T. Varenicline. A novel pharmacotherapy for smoking cessation. Drugs 2009;69:1319-1338.
FDA. FDA 101: Smoking Cessation Products. http://www.fda.gov/ForConsumers/ConsumerUpdates/ucm198176.htm
FDA. Varenicline (marketed as Chantix) – Overview. http://www.fda.gov/Drugs/DrugSafety/DrugSafetyPodcasts/ucm077547.htm

Varenicline is in Nederland op de markt als Champix®
Bupropion is in Nederland op de markt als Zyban®

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs P.A.G. de Klaver
Thema Farmacotherapie
Publicatie 31 maart 2010
Editie PiL - Jaargang 14 - editie 2 - Editie 2, 2010