Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Verbeteringen van de H1-antihistaminica

Door op 01-02-2005

Histamine oefent zijn fysiologische werking uit door zich te binden aan een celgebonden receptor. Er zijn vier typen histaminereceptoren beschreven: de H1-, H2-, H3- en H4-receptor. De H1- en H2-receptoren komen het meeste voor; H1- receptoren komen vooral voor op neuronen en op glad spierweefsel van de luchtwegen en bloedvaten; H2-receptoren vooral op pariëtale cellen in de mucosa van de maag en op hartspierweefsel. H3-receptoren komen voornamelijk op neuronen voor; H4-receptoren komen vooral voor op cellen in het beenmerg en op hemopoëtische cellen. Histamine speelt een belangrijke rol bij de neurotransmissie, de allergische ontstekingsreactie en de immunomodulatie. Door stimulatie van de H1-receptor is histamine betrokken bij de volgende fysiologische reacties: jeuk, pijn, vasodilatatie, verhoogde vaatpermeabiliteit, hypotensie, opvliegers, hoofdpijn, tachycardie, bronchoconstrictie, opwekken van de hoestreflex, verlaging van de geleidingstijd van de AV-knoop, beïnvloeding van de slaap-waakcyclus, eetlust, de thermoregulatie, emotioneel en agressief gedrag, vrije beweeglijkheid, geheugen en leervaardigheid. In het overzicht van Simons wordt de belangrijkste literatuur die is verschenen over H1-antihistaminica sinds 1994 samengevat. Er wordt met name aandacht geschonken aan de klinische farmacologie, de veiligheid en de werkzaamheid.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 februari 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 2 - Editie 2, 2005