Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Vitamine K-antagonisten versus direct werkende orale anticoagulantia

Door op 28-12-2018
  • 00Introductie
  • 01Kenmerken van VKA's
  • 02Kenmerken van DOAC's
  • 03DOAC's vs. VKA's bij atriumfibrilleren
  • 04DOAC's vs. VKA's bij elektrocardioversie
  • 05DOAC's vs. VKA's na een percutane coronaire interventie
  • 06DOAC's vs. VKA's bij ablatie
  • 07DOAC's vs. VKA's bij veneuze trombo-embolie
  • 08DOAC's vs. VKA's bij patiënten met het antifosfolipidesyndroom
  • 09DOAC's vs. VKA's bij mechanische hartkleppen
  • 10DOAC's bij morbide obesitas of maagverkleining
  • 11DOAC's bij patiënten met hemodialyse
  • 12DOAC's bij oudere patiënten
  • 13Farmaceutische patiëntenzorg en DOAC's
  • 14Conclusie
  • 15Reacties (0)

Samenvatting

Jarenlang waren de vitamine K-antagonisten (VKA’s) de enige orale middelen om veneuze trombo-embolieën te voorkomen of te behandelen. Met de introductie van de direct werkende orale anticoagulantia (DOAC's) in de afgelopen tien jaar is er een aanvulling gekomen van het aanbod aan orale antistollingsmiddelen. De VKA’s werken indirect op stolling, doordat ze de aanmaak van enkele stollingseiwitten in de lever remmen. De DOAC's hebben een ander werkingsmechanisme: ze remmen de stolling. Daarnaast hebben ze een korte werkingsduur en werken snel. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillen tussen de VKA’s en de DOAC's wat betreft farmacokinetiek en -dynamiek. Er is ook al veel bekend over de effectiviteit en veiligheid van de verschillende middelen. Per indicatie wordt hierop ingegaan. Met de komst van de DOAC's zijn de richtlijnen voor huisartsen, cardiologen en internisten veranderd.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Beinema, M.J.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 28 december 2018
Editie PiL - Jaargang 8 - editie 4 - Editie 4, 2018

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel:

  • hebt u inzicht in de verschillende eigenschappen van VKA’s en DOAC's;
  • kunt u de voor- en nadelen van de verschillende therapieën benoemen;
  • kunt u per indicatie aangeven welk middel op dit moment de voorkeur heeft;
  • kunt u aangeven welke factoren bij een patiënt meespelen bij het maken van een keuze.