Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Zelfcontrole bij orale anticoagulantia: evenwaardig aan conventionele monitoring

Door op 01-01-2007

Orale anticoagulantia vragen om een nauwgezette controle van INR-waarden (International Normalized Ratio). Onvoldoende monitoring en gebrekkig of niet bijstellen van de therapie veroorzaken 75% van alle postoperatieve complicaties bij patiënten met hartklepprotesen. Technische evolutie maakt thuiscontrole door patiënten mogelijk. Dit gegeven werd al bestudeerd in negen studies. Bij drie daarvan sloeg de balans door in het voordeel van de zelfcontrole door de patiënt. In dergelijke studies stelt men zich de vraag naar de te meten criteria. Veel onderzoek naar het nut van zelfcontrole is gedaan aan de hand van surrogaat uitkomsten zoals de tijdsduur die men doorbrengt binnen de therapeutische grenzen. Dit is een moeilijke maat die zeer afhankelijk is van de frequentie waarmee getest wordt, de therapeutische grenzen die afgesproken zijn en de manier van calculatie. Bovendien is recent aangetoond dat de tijdsduur binnen de therapeutische grenzen niet goed correleert met het optreden van complicaties. De variatie van de INR doet dat beter.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacologie
Publicatie 1 januari 2007
Editie PiL - Jaargang 11 - editie 1 - Editie 1, 2007