Praktijkgerichte nascholing over farmacotherapie in de eerste lijn
Menu

Zijn quetiapine en rivastigmine aanwinsten bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer?

Door op 01-08-2005

In bovenstaand onderzoek werden 93 patiënten geselecteerd, de meeste met ernstige dementie. Zij werden verdeeld over drie onderzoeksarmen. Het doel was om quetiapine (een zgn. atypisch antipsychoticum) en rivastigmine (een choline-esterase-remmer) te vergelijken met placebo in hun werking op agitatie als belangrijk klinisch probleem optredend bij dementie. Tevens werd gekeken naar eventueel optredende cognitieve veranderingen. Er vond een basismeting plaats en een herhaling na 6 en 26 weken. Van de geselecteerden starten 80 patiënten met de therapie en van hen volbrachten 71 mensen (89%) het onderzoek: 22 met rivastigmine, 23 met quetiapine en 26 met placebo. Wat de uitkomsten betreft: het atypische antipsychoticum quetiapine helpt niet beter tegen agitatie dan placebo bij mensen met dementie en geeft bovendien een grotere afname van de cognitieve functie. Deze bevinding is consistent met andere onderzoeken. De mensen uit de rivastigminegroep toonden ook geen verbetering wat betreft agitatie ten opzichte van placebo, maar er was geen achteruitgang van de cognitie. Onderzoekers concluderen dat meer en omvangrijker onderzoek nodig is om de waarde te bepalen van centrale choline-esteraseremmers ten aanzien van de cognitie en het gedrag van mensen met ernstige dementie en een klinisch belangrijke mate van agitatie.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Thema Farmacotherapie
Publicatie 1 augustus 2005
Editie PiL - Jaargang 9 - editie 8 - Editie 8, 2005